Tagarchief: Klimgebieden

Return to Rodellar: een klimfeestje in de Spaanse Pyreneeën

Rodellar heeft mijn klimmershart gestolen.  Ik heb dit jaar – naast genieten – één sportief doel voor ogen in Spanje: een harde route voorklimmen.

Turbo check-in

Op Hemelvaartsdag komen we aan in piepklein Rodellar. Ik verwacht topdrukte, we zijn immers in Katholiek Spanje. De Spanjaarden blijken echter niets om Hemelvaart te geven en het dorp ligt er verlaten bij. Net als vorig jaar volgt een turbo check-in bij Bar Florentino, waar goedlachse Carlos ons al opwacht. In een poging het wereldrecord Snel Inchecken te verbeteren gooit hij mij de sleutel van Casa Julián toe en roept “Benga! A Escalar“.  Dat is niet tegen dovemansoren gezegd.

Selectief geheugen

De eerste klimdag kiezen we een schaduwrijke sector: Barrio de los Gitanos. Richard heeft één specifieke route in gedachten, namelijk Lola (7a). Grappig dat iemand die zo vergeetachtig kan zijn, na jaren toch de exacte locatie, naam en gradering van een klimroute weet te onthouden. Iets met selectief geheugen? Lola blijkt een ontypische Rodellar-route:  geen boulderachtige start in een dak, maar een technische klim op een licht overhangende wand.  “Kunnen we ons vandaag en morgen goed in vermaken”, spreekt coach Richard wijs. Krap 2 uur later klimmen we de route beiden uit. Het geeft een dubbel gevoel; zijn we zo sterk of is de route soft gewaardeerd?

Sector El Camino
Toma Castanazo (7a+)
Knalhard Rodellar

Om te ‘testen’ wat mijn échte niveau is, zoeken we de volgende dag mijn favoriete sector op: Egocentrismo. Te vergelijken met een outdoor boulderwand, maar dan 20 meter hoog. De oranjerode rots hangt 45 graden over en vrijwel alle routes hebben een knalharde instap.  Hier klom ik De 8 a 14 (7a), één van mijn eerste moeilijke routes op rots. “Als ik ‘m  makkelijker klim dan toen, dan ben ik dus sterker geworden“, is mijn logica van de koude grond. Poehee! De route voelt nog net zo moeilijk.

El Camino
Sector El Camino

Naast De 8 a 14 bevindt zich Paisanu (7a), een korte, krachtige route die we al die jaren letterlijk links hebben laten liggen.  De rots is glad geklommen tot ongeveer de helft van het massief. Dit duidt meestal op een harde crux, waar klimmers massaal zijn afgehaakt.  De eerste paar meters beginnen gemakkelijk over grote bakken en gaten, daarna volgt een verre ‘afblok’ pas, waarbij ik met twee vingertoppen een vlijmscherp randje vasthoud. Daarna is het vooral volhouden tot het eind. Ondanks verzuurde onderarmen klim ik Paisanu uit. “Dat zijn twee 7a’s op één dag.  Denk dat het toch aan onze goede vorm ligt“, grap ik tevreden.

Sector El Camino
Richard in Billy el rápido (7a)
Grapjassen

Rodellar voelt als thuis. Casa Julián is rustig gelegen en biedt alle gemakken, van vaatwasser tot wasmachine en hete douche, het ligt naast een kleine supermarkt, heeft terrasjes, restaurants,  rots op loopafstand en uber vriendelijke mensen. De dagen verlopen kalm en succesvol. Richard klimt gemakkelijk nog een aantal zevengraads routes, waaronder Orgásmica (7a+). Ja, die Spaanse routesetters houden van een grapje. (:) De regen die de laatste weken Rodellar teistert zorgt ervoor dat hij zijn plan om Monica (7b) te klimmen aanpast.

Rodellar
Voorbereiding is het halve werk
Bird watching

Omdat we tweeënhalve week in Spanje zijn, lassen we regelmatig een ‘rustdag’ in. Rustdag equals wandeling, weet ik inmiddels. Richard heeft een ‘prachtige, avontuurlijke wandeling’ uitgezocht met ‘uitzicht op de besneeuwde toppen van de Spaanse Pyreneeën’. Een kilometer of 14. De tocht begint relaxed. We worden regelmatig ingehaald door echtparen, gezinnen, een bejaarde schaapsherder en groepen canyoneers. Zo zwaar kan het toch niet zijn?

Mascun
Mascun, adembenemend mooi (en eng!)

De tocht is adembenemend. Letterlijk. Na een kilometer of 10 gaat het brede, lieflijke pad over in een rotspad langs grotten, puinhellingen en diepe afgronden. Zelfs ik als klimmer ervaar hoogtevrees en blijf angstvallig tegen de rots aangeplakt staan. Richard  dartelt als een berggeit ontspannen over de paadjes en heeft inmiddels een groep vale gieren gespot, die boven onze hoofden cirkelt. “Die vogels zijn niet dom“, verzucht ik. “Ze wachten hun kans af met al die de wandelaars….”  Dik 21,3 km later (die 300 meter maakt écht het verschil) lopen we de Mascunvallei in en ben ik alle ellende op slag vergeten.

Birds
Vogelnestje met gieren
Klimfeest

Halverwege de vakantie is het gedaan met de rust! Klimvrienden Bart, Hans en Ivo wachten ons op bij Camping Mascún.  De grande entrée van verloren zoon Dominique volgt drie dagen later, waarna het échte klimfeest kan beginnen! Iedereen is in topvorm en in opperbeste stemming. Hoewel Rodellar vanwege de vele 8e- en 9e-graads routes een paradijs is voor topklimmers – je staat hier oog in oog met rock stars zoals Citro, Primo, Joe Kinder en natuurlijk mijn persoonlijke favoriet Dani Andrada – is er ook een aantal leuke sectoren met toegankelijke routes vanaf niveau 5a/6a.  Onze Vlaamse vrienden zijn bijzonder enthousiast wanneer we in sector Bikini gaan klimmen.  Hoe zou het komen? (;)

Rodellar
Dominique to the limit
Vino
Vino en vrienden, wat wil je nog meer?
Tranquilo

Ondanks mijn fysiek goede vorm, zit het tussen de oortjes nog niet lekker. Het voorklimmen maakt me onzeker en het begint me te irriteren. Ik besluit dat het tijd wordt om het gevecht met mezelf aan te gaan.  Bij sector El Camino lonkt de route Toma  Castanazo (7a+). Ik heb de route inmiddels drie keer nageklommen zonder moe of verzuurd te raken, maar de stap naar voorklimmen is groot. Richard klipt voor de veiligheid de eerste twee setjes met de clipstick voor mij in.  Bij het derde setje begint een lastige passage waar je eerst naar links klimt, over een tufa naar boven en daarna over kleine randjes weer naar rechts. Pas ná deze lange passage  kan ik het volgende setje klippen. Het voelt als the point of no return.

Rodellar
Point of no return

Ik verkramp en knijp harder in de grepen dan nodig is. Ik laat me zakken, teleurgesteld. Ivo, die na een jaar plastic grepen in klimhallen wat moet wennen aan rots, stelt zich ook als doel Toma Castanazo te klimmen.  Wanneer het mijn beurt weer is, komt er een indringende wietgeur van de rots af. Local climber Nacho ligt ontspannen op de grond en roept Tranquilo wanneer hem gevraagd wordt of hij nog iets wil klimmen vandaag. Tranquilo blijkt  mijn toverwoord. Of het nu de geur is van de (vieze) joint, of de nonchalante houding van Nacho, ik trek het touw vastbesloten uit de route en klim hem voor!

Rodellar
Bart en Richard bij El Delfin
Egocentrismo
Richard in Pequeno Pablo (7a+)
Dancing on the ceiling

Na deze overwinning spat mijn motivatiebubbel uit elkaar. De laatste dagen in Rodellar staan in het teken van de Vino Rojo van Carlos, uitslapen, chorizo en lachen om vrienden die tot tweemaal toe hun schoenen bij een rivier laten staan (ik noem geen namen). Hoe simpel kan het leven zijn!

El Delfin
Bart’s ultieme poging in ‘de dolfijn’
Rodellar
Maar ik noem geen namen…

Bart heeft een rekening openstaan bij El Delfin (7c+), de prachtige klassieke lijn die boven de Mascún vallei uittorent. Elke keer als ik bovenaan sta, borrelt Lionel Richies ‘Dancing on the ceiling’ naar boven. Want pas als je naast de route staat, zie je het gigantische dak, waarin Bart over het plafond lijkt te dansen. Bart doet zijn ultieme poging. ‘s Avonds vieren we dat we een reden hebben om terug te komen naar Rodellar. Er zijn nog genoeg projecten en uitdagingen voor iedereen.

 

 

 

 

Sprookjes en spierpijn in Siurana

Succesvolle projecten, pieken, toppen. De eerste week in Catalonië is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Maar the sky is zeker niet de limit, heb ik ontdekt in Siurana.

Transparant

Het klimmen op conglomeraat, voornamelijk via gaatjes, gaat me gemakkelijk af. De rots is echter zo ruw en de routes zo krachtig dat het scherpe er elke dag meer vanaf gaat. De huid op mijn vingertoppen is transparant, mijn knieën gebutst en mijn armspieren permanent in de vechtmodus. Tijd voor een recharge! Na de nodige tapas en wijntjes verruilen we de kiezelstenen van Margalef voor de verticale wanden van Siurana. Op de centrale parkeerplaats, hoog boven de rivier, houdt een Catalaanse parkeerwacht ons tegen. “Wilt u een vrijwillige bijdrage betalen van 2 euro zodat dit gebied schoon en ordelijk blijft?” Ja, dat willen we wel. De parkeerplaats barst om 9:00 uur al uit zijn voegen door de tientallen campers, bussen en auto’s van klimmers die er tijdens de paasvakantie op uit trekken.

Kinderwagens

Het pad naar klimsector Can marges de Dalt is een belevenis op zich. Een smal, vlak pad dat op een meter van de afgrond de klimsectoren met elkaar verbindt. Geen hek ernaast, want dat hoeft niet in Spanje. Families met oma’s, opa’s, ouders en kinderwagens lopen met picknickmand en al over dit pad. Voor hen de normaalste zaak van de wereld, maar voor mij toch twee keer slikken. We klimmen ontspannen een aantal vijfde- en zesde graads routes in de zon.

Can marges de Dalt, Siurana
Can marges de Dalt

De routes kronkelen over solide grijze rots van randje naar randje, waarbij je op kleine treden balanceert. Een stijl die ik normaliter het liefst vermijd – mijn voetenwerk is niet 100% – maar die nu als een verademing voor mijn vermoeide schouders komt. Op de terugweg naar de auto, terwijl de zon ondergaat, nemen we de tijd om alles in ons op te nemen bij het markante La Trona. 

Zonvermijdend klimgedrag

De thermometer tikt de 25 graden aan. Tijd voor zonvermijdend klimgedrag. De keuze valt op Grau del Massets, een enigszins afgelegen sector waar je ‘s ochtends in de zon klimt, maar wel met de verkoeling van oude olijfbomen. Wederom een betoverende wandeling dwars door wijngaarden over een stenen wenteltrap het dal in, langs de rand van een gorge.

Aha-moment

Mijn oog valt op een licht overhangende route: Es Algo (7a). Enthousiast klipt Richard het eerste setje – met clip stick – in en werkt de passen uit. Dat gaat hem soepel af, tot zo’n twee derde van de route. “Geen idee hoe deze pas moet“. Het aha-moment komt niet. “Kwestie van goed uitwerken“, denk ik nog terwijl ik hoopvol de route instap. Zo’n dertig minuten en twintig verschillende bewegingen later snap ik nog steeds geen puntje-puntje van de passage. “Die Spanjaarden hebben secondelijm op hun vingers. Ik weet anders niet hoe ze dit fixen“, verzucht Richard.

La Trona Siurana
La Trona
Klamme handjes

Het ego naar normale proporties geslonken en beiden beentjes op de grond proberen we de naastgelegen Bon Col-legui (6c+). Natuurlijk niet de slimste zet na de total fail van een paar minuten eerder… Eigenwijs als ik ben, wil ik het ding klimmen. De zon staat inmiddels hoog aan de hemel en de klamme handjes maken het lastig om de kleine grepen te fixeren. Ook de voettreden die normaliter ruw zijn, spiegelen nu in het felle licht. De instap van de route is direct slopend: via een ondiepe zijgreep, met de voetjes op wrijving, anderhalve meter door naar een platte rand. Richard hangt de setjes met frisse tegenzin in en is blij als hij onder zijn olijfboom met een bocadillo (en cigarillo) kan bijkomen. Hij klimt de route, minus de start en laatste pas.

Slopend

Met (heel) veel touwsteun maak ik de eerste pas. De rest van de route is ongelooflijk mooi en gevarieerd. Een traverse naar links over kleine gaatjes met een ‘sprong’ naar een goede rand. Daarna subtiel over kleine randjes, blijven ademen, tot je de laatste meters via slopers behoedzaam naar de eindketting klimt. Buiten het kansloze begin van de route lukken alle passen, óók de laatste pas die Richard zo handig oversloeg. “Nog een keer proberen? Kijken wie het verst komt“, grap ik. Richard heeft zijn klimschoenen al aan de olijfboom gehangen, maar is gelukkig in voor een kleine competitie (;). Hij zet het gas erop en klimt Bon Col-legui daarna in één zucht uit!

Zweetdruppeltjes

Nu mag jij! No pressure“. Het verschil tussen een route uitwerken – de passen proberen, puzzelen, hangen – en een echte poging blijkt toch wel erg groot. Door de harde start van de route raken mijn onderarmen snel verzuurd. En dan moet je nog 20 meter… Halverwege de route zie ik de zweetdruppeltjes over mijn buik naar beneden sijpelen en denk nog “Wie gaat hier hangen voor haar lol?” Een gekke klimmer dus. Focus aan, volhouden en: klimmen! Richard wint deze ronde voor mij: geen druppel zweet te bekennen bij hem.

Mijn top 5 routes in Siurana
  1. Bindelef (7a+), Can Codolár
  2. Bon Col-legui (6c+), Grau del Massets
  3. Ultima del 85 (6a), Can Marges de Dalt
  4. Spit de boira (6a), Can Marges de Dalt
  5. Gat Reggae (6c), Can Melafots

Revenge of the nerds: Odyssey Kalymnos

Met het euforische gevoel na project Kastor gaan we de laatste dagen Kalymnos in. Een dubbel gevoel: hoe kunnen we dit nog overtreffen?

In de rij voor DNA

De meeste restaurantjes en winkels zijn inmiddels geopend en de grote groepen klimmers stromen binnen. De dagen dat we alleen of met ‘bekenden’ – je komt dagelijks vertrouwde gezichten tegen – aan een rots stonden zijn definitief voorbij. Bewust nemen we afstand van de populaire sectoren Grande Grotta en Panorama, waar ondanks de tientallen beauties van routes elke gek toch in de rij staat voor DNA (7a). Misschien omdat de topo aangeeft dat deze route geen enkele techniek vereist? (;)

Oude liefde

Kalymnos telt talloze verschillende sectoren met haar eigen charme: verticaal, overhangend, scherp, afgeklommen, pockets, tufa’s, remote, drukbezocht, aan het strand of aan een weg. Nu de ‘druk’ om te presteren wat is afgenomen, besluiten we om een relatief gemakkelijk gebied te bezoeken: sector Odyssey. In eerdere jaren klom ik hier mijn allereerste 6c (Ciao Vecchio). En worstelde in een pumpy 6b+, Atena, waarbij ik steevast hyper verzuurd met mijn neus op de ketting losliet.

Odyssey Kalymnos
Sector Odyssey
Spiegelei

Een groep enthousiaste Britten houdt Atena bezet, dus we besluiten een andere lijn te klimmen: Calipso (6c+). “Is goed te doen, toch?”, mompel ik nonchalant terwijl Richard op zijn tandvlees de boulderachtige crux klimt. Zijn rechter middelvinger geklemd in een afgeklommen mono, linkerhand met twee vingers in een ondiep kuiltje. Zijn voeten staan op iets dat verdacht veel lijkt op een spiegelei. Daarna volgt een passage van bak naar bak – het lijkt verdorie wel een indoor klimwand – en op het eind moet hij alle kracht bijzetten om een verre maar goede greep te pakken. Richard klimt de route daarna easy peasy uit. Ik heb aanzienlijk meer moeite met het begin van de route, ondanks dat ik niet één maar twee-en-een-halve vinger in de begingreep krijg gepropt. Enkele zuchten, vloekjes en pogingen later klim ik de route uit.

Monsterlijk

Zodra de Britse klimhelmpjes Odyssey verlaten, hangt Richard snel een touw in Atena. Tijd voor de ultieme wraak. Dat valt tegen. De route is enorm glad geklommen en lastig te ontcijferen; grepen zitten verstopt en ik verzuur daardoor sneller dan verwacht. “Laat maar hoor. Niet de moeite.” Ik herpak mezelf na een half uur en een kingsize chocolade croissant en klim dit monsterlijke ding voor de eerste keer uit!

God van het enthousiasme

De combinatie van relatief gemakkelijke routes en een korte aanlooptijd bevalt zo goed, dat we ook de volgende dag naar Odyssey rijden. Het plan: Dionysos (7a), zoon van Zeus en de god van het enthousiasme. “Nou, die route is me dan op het lijf geschreven!” Op de heenweg passeren we een groep van (16!) Australiërs en zijn blij dat we als eerste bij de rots aankomen om meteen in de route te stappen.

Kansloos?

Dionysos bouwt prettig op: je start op een verticale wand met goede pockets en randjes. Daarna volgt een sectie met grote gaten en zijgrepen tot op een brede richel waar je ongegeneerd kunt zitten. En dat doe ik dan ook. Je bent een diva of je bent het niet. Daarna enkele krachtige boulderpassen gevolgd door een mild stuk over goede zijgrepen naar de grande finale. Weg grote grepen. Enige dat overblijft is een ver, vlijmscherp randje, een lastige voetwissel en de eindketting. Richard klimt Dionysos eenmaal opgewarmd eenvoudig uit.

Dionysos (7a)
Diva on the rocks

Ik heb veel tijd nodig om alle passen goed in mijn hoofd te prenten. Dat gaat moeizaam. Heel moeizaam. Ik hoor de Australiërs denken: kansloos. Daar kik ik echter op en stop daarna al mijn energie en enthousiasme in de ultieme poging. In de eindpassage vliegen mijn voetjes twee keer gecontroleerd los van de wand als een echte gangster. Vet! Apetrots.

Dionysos (7a)
Dionysos uitgezoomd: living on the ledge
Bromance

De laatste dag genieten we van de beste Griekse koffie bij Sofrano en eten we veel en lekker bij ons vaste adres, Manifesto. Als afsluiter een dikke Griekse knuffel van de eigenaar. Ook voor Richard. Zijn Bromance (of Gromance?) is ten einde. Next stop: Spanje!

Sofrano coffee
Griekse gastvrijheid bij Sofrano

 

To lead or not to lead: Kastor (7a)

Op 22 maart was ik jarig. Op Kalymnos. “Wat gaan we doen vandaag?”, vraag ik hoopvol aan Richard. “Iets heel leuks!” Enkele uren later overwin ik mijn grootste angst.

Voorklimmen is niet mijn hobby

Degenen die mij goed kennen weten: voorklimmen (lead climbing) is niet mijn hobby. Het verschil tussen een route naklimmen en voorklimmen is zo groot als het verschil tussen Wendy van Dijk en haar kandidaten in Obese. Er blokkeert iets tussen mijn oren waardoor ik routes waar ik anders fluitend doorheen wandel al piepend, zwoegend en hangend verpest. Tot een aantal jaren geleden kon ik het stemmetje in mijn hoofd (“niet vallen, niet vallen”) nog tot zwijgen brengen. Maar met de jaren lijkt de voorklimangst alleen maar te groeien en hangt Richard liefdevol een touw in moeilijke routes. Des te ironischer dat ik op mijn verjaardag besluit om mijn angsten te confronteren. De keuze voor de gelukkige winnaar is snel gemaakt: Kastor (7a), een prachtige, overhangende route met dynamische passen waarbij mijn recent verworven boulder skills goed van pas komen. Door Richard persoonlijk geïnspecteerd en goedgekeurd: “Super goed behaakt, kan niets gebeuren!”

Voorbarig enthousiasme

Dus… op mijn verjaardag stappen we na een frisse scooterrit vol goede moed in Kastor in sector Arhi. Voor het vertrouwen en om de spieren te laten wennen eerst naklimmend. Haalbaar, maar alleen als je er 100% voor gaat, bedenk ik me terwijl ik alle passen vers in mijn geheugen plant. Het doel is om alle passages aan elkaar te rijgen. En steeds verder te klimmen.

Loslaten!

Ik wacht een half uurtje en dan start het voorklimavontuur. Ik kom tot de eerste lastige passage – slechte voettreden en een half-natgeregende tufa – en maak de verre pas. Enkele momenten later, als ik het setje inklip, besef ik dat ik onbewust de pas heb gemaakt. Zonder angst om te vallen. “Gaaf hé!” Het enthousiasme blijkt iets te voorbarig: deze route is berucht om de lastige finale; het inklippen van de eindketting. Je staat niet geweldig op een kleine gladde tree en moet absolute rust bewaren om het touw in de ketting te hangen. En dat terwijl je onderarmen verzuurd raken en je naar zuurstof hapt. Ik doe vervolgens iets wat je niet moet doen: terug klimmen naar de vorige haak. Richard maant me streng aan om los te laten, maar dat is nu net het leuke aan voorklimangst: vallen is geen optie! Ik dúrf niet los te laten. Met zwaar verzuurde onderarmen en een geknakt ego besluit ik de handdoek in de ring te gooien. Welke gek doet zoiets op haar verjaardag?

Arhi Kalymnos
Mojo terugvinden in sector Arhi
Rust is het halve werk

We houden siësta aan de rots en genieten van de rust en het zonnetje. Totale ontspanning. Ik besluit nog een poging te wagen. Voordat ik het weet, ben ik bij een van de lastige passages halverwege de route; een soort boulder naar een gigantisch gat waar je middels een knee bar eindeloos kunt herstellen. Een aarzeling en ik laat los. Ja, los. De Val is een feit. Achteraf gezien stelt deze baby-val niets voor, maar ja, dat is achteraf. Ik klim de route uiteindelijk met één blok uit. Een net resultaat, gezien de progressie gedurende de dag. Supertrots scooteren we naar huis, uhm, ons hotel.

Kastor, sector Arhi
Het proces
Supersized

Ik vraag me al de hele dag af waar mijn cadeau blijft en maak me nu toch wel een beetje zorgen. (;) Ik bestel calamari. Tot mijn verbazing komt er geen inktvis maar een custom hamburger met alles erop en eraan. Richard heeft enkele dagen ervoor een pact gesloten met de kok en een on-Grieks menu in elkaar gezet, inclusief supersized homemade chocoladetaart. Bonuspunten, Richard! Tijdens het dessert kijken we terug op een unieke ervaring en besluiten: jij kunt Kastor voorklimmen, je moet ervoor gaan!

Mantra

Nog vol (letterlijk en figuurlijk) van de dag ervoor warm ik op in Kastor. Chocoladetaart zit zwaar in de weg. Elke pas gaat moeizaam. De knop moet nu om. “Als ik de route zo gemakkelijk na kan klimmen, dan moet het ook voorklimmend lukken”, klinkt als een soort mantra door mijn hoofd. Ik weet niet wat er daarna gebeurt, maar op de automatische piloot klim ik de route uit! Zonder aarzeling of angst. Vet!!! Na het klippen van de ketting dubbelcheck ik het bij Richard: “Ik heb ‘m echt geklommen hé?” Nogmaals excuus aan de aanwezige geiten en lokale bewoners voor de harde yell die daarna volgt…

Aerodynamica

De dag erna nemen we een welverdiende rustdag en gaan we voor een nieuwe haircut naar Pothia. Richard klimt daarna de sterren van de hemel. Zijn project Aeolia extension (7a+) in sector Panorama blijkt na dik twee weken zonneschijn nog steeds doorweekt. Uit armoede stapt Richard in de naastgelegen route Lulu in the sky (7a+) en klimt hem in de tweede poging. Mede mogelijk gemaakt door zijn aerodynamische kapsel?

 

Tufa Tango op Kalymnos

Eindelijk is het zover! Drie maanden onbeperkt klimmen, reizen en genieten zijn begonnen! Een lang gekoesterde wens die uitkomt. Met als eerste bestemming: tufaparadijs Kalymnos!

Spookstadje

De duizenden klimmers die Kalymnos jaarlijks aandoen zijn ver te zoeken op onze dag van aankomst – 4 maart. Hoewel het hoogseizoen van april tot eind oktober loopt hadden we het iets drukker verwacht. Nick van Apollonia Hotel in Massouri verzucht dat de slechte publiciteit rond de vluchtelingencrisis, die voornamelijk het nabijgelegen Kos trof, met vertraging ook het eilandje Kalymnos heeft bereikt. Bovendien hebben de kl**tzakken van Ryanair de meeste van hun directe charters naar Kos geschrapt en zie hier; de budgetklimmers blijven weg. Het anders zo bruisende Massouri lijkt nu een spookstadje. Maar eenmaal aan de rots spotten we hier en daar leven. Voornamelijk Amerikaanse klimmers die vier vliegtuigen, twee taxi’s en een veerboot overhadden om hier te zijn. En zeker niet de minste goden; hier en daar worden routes vanaf 8a ingetikt!

No-scooter

We besluiten de eerste week alleen de klimsectoren op loopafstand te bezoeken. Scheelt weer een week scooterhuur, zegt de Hollander in mij (;). Dag 1 wennen we aan het buitengebeuren in de toegankelijke sector Poets. Prachtige grijze compacte kalkwanden met kleine tufa’s vanaf niveau 5a/6a waar menig beginner zijn eerste ketting heeft geklipt. Het voelt voor mij nog niet comfortabel. De reis naar Kalymnos en de spanning van de laatste weken voorbereiding zitten in mijn lijf en ik worstel me door routes die ik normaliter ‘met mijn ogen dicht’ kan.

Grande Grotta Bootcamp

De volgende dag wandelen, uhm, bootcampen we naar Grande Grotta. Een half uur relatief stijl omhoog over een kronkelend pad. Mijn Fitbit zegt: heavy workout. Maar eenmaal boven gekomen is de inspanning snel vergeten. Grande Grotta blijft een imposant plaatje. Bij aankomst hangt een Amerikaans stel in een van de meest gefotografeerde routes van het eiland: Aegiais (7c). De pezige klimmer ‘danst’ van tufa naar tufa waarbij het bijna een tango lijkt te worden. Wij lopen door naar sector Panorama en warmen op in Carpe Diem (6b) en Panselinos (6b+). Toegankelijke maar extreem ‘pumpy’ routes die de zuurgraad in mijn armen tot ongekende hoogtes brengen. Wel voel ik me gelukkig al een stuk vertrouwder en sterker dan de eerste dag.

Lengtekaart in Cigarillo

De rookpauze van Richard brengt me op een idee voor mijn eerste project: Cigarillo (7a). Een gemakkelijk begin met goede randjes leidt naar een kleine grot waar je bij wijze van spreken een koffiebar verwacht – al zittend kun je genieten van een kleine coffee break. Daarna bouwt de route op in moeilijkheid waarbij je over afwisselend randen, pockets en tufa’s klimt. Appeltje, eitje, denk ik nog. Totdat ik 4 meter voor de finish de crux tegenkom. Alle structuur op de rotswand lijkt van het ene op het andere moment verdwenen te zijn. Een Grieks complot! Ik probeer deze puzzelpas op verschillende manieren op te lossen. Een keer lukt het me de volgende haak te bereiken, maar instant memory loss slaat toe. Hoe deed ik dit ook alweer? Ik trek niet graag de lengtekaart, maar het lijkt erop alsof ik te klein ben voor deze lastige passage. Richard heeft twee pogingen nodig om Cigarillo uit te klimmen. Ja, lengtevoordeel hé!

Spierballen en Spanakopita

De derde klimdag probeer ik Aeolia (6c+). Een route die we om onbekende redenen alle eerdere jaren op Kalymnos hebben genegeerd. De route start subtiel en technisch op een vlakke plaat. Jykes! Daar ben ik niet sterk in. Daarna een prachtige traverse over piepkleine treden van randje naar randje. Vervolgens begint het spierballengedeelte: beide armen aan een grote tufa en al ‘schoorstenend’ je weg naar boven werken. De uitklim van deze route is vooral een kwestie van volhouden: de grepen zijn groot, bijna kingsize, maar na 28 meter houdt het een keer op met mijn uithoudingsvermogen. Richard probeert daarna Aeolia extensie (7a+). Na twee pogingen houden we het beiden voor gezien: morgen weer een dag! Al genietend van de zee, mede-klimmers en een (flink) stuk Spanakopita, filodeegtaart gevuld met feta en spinazie, besef ik hoe mooi het leven is. Wordt vervolgd!