Categorie archief: Sportklimmen

Kalymnos rustdag: na zonneschijn komt regen

Na vier zonnige klimdagen op Kalymnos volgt een on-Grieks regenfront ons tot aan de rots. Tijd voor een rustdag, of twee!

Gammel

Persoonlijk heb ik het niet zo op rustdagen. Zonde van de kostbare tijd die je als fanatiek klimmer hebt. Een beetje hangen, boekje lezen, wandelingetje maken staan voor mij gelijk aan de grote Verveling. Toch heeft je lichaam dit nodig. Na een aantal dagen omhoog te zijn gestiefeld voelen mijn benen al redelijk gammel. En mijn schouders schreeuwen om een massage (jammer, die krijg ik niet (;) ). Ook merk ik dat na een aantal dagen mentaal, qua lef en motivatie, de scherpte eraf gaat.

WIFI en sponzen

En wat doe je op zo’n rustdag op Kalymnos? Juist ja: een beetje hangen, wandelen en lezen. En praise the lord voor de drie-streepjes-WIFI van ons hotel! Netflix snackt extra lekker weg als je moe bent. Richard houdt dit dagen, zo niet weken, vol. Maar na een paar uur word ik onrustig en trek ik er met mijn camera op uit. Al wandelend door Myrties ontdek ik weer toffe nieuwe plekjes, zoals het piepkleine kleurige haventje waar de lokale vissers aanmeren. Veel sponzen, waar Kalymnos wereldberoemd is, halen ze niet meer binnen. Later stuiten we op de Babis Bar in Myrties waar de meeste, vooral Amerikaanse, klimmers zich schuil houden. Ik bestel een kopje koffie maar het meubilair plakt zo dat ik mijn armen niet durf neer te leggen op de stoelleuning. Hoop voor de arme klimmertjes die hier verblijven dat hun appartement boven de bar schoner is…

Even zitten

Na twee dagen regen en rust breekt de zon weer door. Ik maak Richard he-le-maal gek door de wekker extra vroeg te zetten. Om vervolgens stuiterend op koffie en Griekse yoghurt naar sector Panorama te rennen. Richard warmt op in Aeolia (6c+), later wil hij gaan voor de extensie (7a+). Ik besluit Aeolia, die ik een aantal dagen hiervoor tot project heb gedoopt, nog een keer goed uit te werken. En dan later op de dag te gaan voor de ultieme poging. De start van de route, die vrij subtiel is, gaat soepel. De aanwijzingen van Richard helpen me gemakkelijk door de tricky traverse. Mijn vingers en spieren voelen warm aan dus ik besluit door te klimmen en maar te kijken waar het schip strandt. Na een meter 20 begint de route flink over te hangen en raken mijn armen verzuurd. Ik wil even zitten, denk ik nog. Op dat moment draai ik met mijn rug, per toeval, tegen de tufa aan en vind ik een no-hands rest. Dat geeft me voldoende tijd om uit te rusten. Hop! Getopt!

Rock stars

Richard klimt daarna heel steady zijn project. “Ziet er goed uit”, brul ik nog naar boven wanneer hij de moeilijkste passen klimt. Twee haken onder de eindketting blijkt de regen echter roet in het eten te hebben gegooid. De laatste meters van zijn route zijn spiegeltje glad. Balen. De rest van de dag vermaken we ons met een groepje Zwitsers die in felgekleurde latex leggings, dito haarband en hardrock T-shirts de sterren van de hemel klimmen.

 

 

Tufa Tango op Kalymnos

Eindelijk is het zover! Drie maanden onbeperkt klimmen, reizen en genieten zijn begonnen! Een lang gekoesterde wens die uitkomt. Met als eerste bestemming: tufaparadijs Kalymnos!

Spookstadje

De duizenden klimmers die Kalymnos jaarlijks aandoen zijn ver te zoeken op onze dag van aankomst – 4 maart. Hoewel het hoogseizoen van april tot eind oktober loopt hadden we het iets drukker verwacht. Nick van Apollonia Hotel in Massouri verzucht dat de slechte publiciteit rond de vluchtelingencrisis, die voornamelijk het nabijgelegen Kos trof, met vertraging ook het eilandje Kalymnos heeft bereikt. Bovendien hebben de kl**tzakken van Ryanair de meeste van hun directe charters naar Kos geschrapt en zie hier; de budgetklimmers blijven weg. Het anders zo bruisende Massouri lijkt nu een spookstadje. Maar eenmaal aan de rots spotten we hier en daar leven. Voornamelijk Amerikaanse klimmers die vier vliegtuigen, twee taxi’s en een veerboot overhadden om hier te zijn. En zeker niet de minste goden; hier en daar worden routes vanaf 8a ingetikt!

No-scooter

We besluiten de eerste week alleen de klimsectoren op loopafstand te bezoeken. Scheelt weer een week scooterhuur, zegt de Hollander in mij (;). Dag 1 wennen we aan het buitengebeuren in de toegankelijke sector Poets. Prachtige grijze compacte kalkwanden met kleine tufa’s vanaf niveau 5a/6a waar menig beginner zijn eerste ketting heeft geklipt. Het voelt voor mij nog niet comfortabel. De reis naar Kalymnos en de spanning van de laatste weken voorbereiding zitten in mijn lijf en ik worstel me door routes die ik normaliter ‘met mijn ogen dicht’ kan.

Grande Grotta Bootcamp

De volgende dag wandelen, uhm, bootcampen we naar Grande Grotta. Een half uur relatief stijl omhoog over een kronkelend pad. Mijn Fitbit zegt: heavy workout. Maar eenmaal boven gekomen is de inspanning snel vergeten. Grande Grotta blijft een imposant plaatje. Bij aankomst hangt een Amerikaans stel in een van de meest gefotografeerde routes van het eiland: Aegiais (7c). De pezige klimmer ‘danst’ van tufa naar tufa waarbij het bijna een tango lijkt te worden. Wij lopen door naar sector Panorama en warmen op in Carpe Diem (6b) en Panselinos (6b+). Toegankelijke maar extreem ‘pumpy’ routes die de zuurgraad in mijn armen tot ongekende hoogtes brengen. Wel voel ik me gelukkig al een stuk vertrouwder en sterker dan de eerste dag.

Lengtekaart in Cigarillo

De rookpauze van Richard brengt me op een idee voor mijn eerste project: Cigarillo (7a). Een gemakkelijk begin met goede randjes leidt naar een kleine grot waar je bij wijze van spreken een koffiebar verwacht – al zittend kun je genieten van een kleine coffee break. Daarna bouwt de route op in moeilijkheid waarbij je over afwisselend randen, pockets en tufa’s klimt. Appeltje, eitje, denk ik nog. Totdat ik 4 meter voor de finish de crux tegenkom. Alle structuur op de rotswand lijkt van het ene op het andere moment verdwenen te zijn. Een Grieks complot! Ik probeer deze puzzelpas op verschillende manieren op te lossen. Een keer lukt het me de volgende haak te bereiken, maar instant memory loss slaat toe. Hoe deed ik dit ook alweer? Ik trek niet graag de lengtekaart, maar het lijkt erop alsof ik te klein ben voor deze lastige passage. Richard heeft twee pogingen nodig om Cigarillo uit te klimmen. Ja, lengtevoordeel hé!

Spierballen en Spanakopita

De derde klimdag probeer ik Aeolia (6c+). Een route die we om onbekende redenen alle eerdere jaren op Kalymnos hebben genegeerd. De route start subtiel en technisch op een vlakke plaat. Jykes! Daar ben ik niet sterk in. Daarna een prachtige traverse over piepkleine treden van randje naar randje. Vervolgens begint het spierballengedeelte: beide armen aan een grote tufa en al ‘schoorstenend’ je weg naar boven werken. De uitklim van deze route is vooral een kwestie van volhouden: de grepen zijn groot, bijna kingsize, maar na 28 meter houdt het een keer op met mijn uithoudingsvermogen. Richard probeert daarna Aeolia extensie (7a+). Na twee pogingen houden we het beiden voor gezien: morgen weer een dag! Al genietend van de zee, mede-klimmers en een (flink) stuk Spanakopita, filodeegtaart gevuld met feta en spinazie, besef ik hoe mooi het leven is. Wordt vervolgd!

Klimtraining: hoe boek je progressie

Ik klim inmiddels een jaartje of 15 en dan zou je bijna gaan denken: het hoogtepunt is wel geweest. Toch merk ik juist de laatste jaren dat ik sterker word. Hoe komt dat? En beter nog: hoe kun je ook als geoefende klimmer, via klimtraining, net dat beetje progressie boeken?

Techniek is het halve werk

Klimsucces wordt voor een groot deel bepaald door een goede techniek. En die kan eigenlijk altijd verbeterd worden. De kleinste details kunnen het verschil maken. Zo merkte ik dat mijn voetenwerk niet precies genoeg was. Ik zette er te weinig druk op, durfde niet goed te staan, of zette mijn teen net een millimeter te ver op een greep. Dat kan het verschil maken tussen een project wel of niet uitklimmen. Die foutjes merk je als klimmer niet altijd zelf op. Vraag daarom aan je klimmaatje actief om feedback: wat valt je op als ik klim? Wat kan ik verbeteren in jouw ogen? Heb je de mogelijkheid, vraag iemand om jou in je route te filmen en analyseer samen wat er goed gaat en beter kan. Krijg je de kans om een training in je hal te volgen: doe het! Zo volgde ik in een grijs verleden de klimtraining van Wouter Jongeneelen, nu mede-eigenaar van Bruut, en jawel, die moeilijke routes bleken toch binnen mijn bereik.

Angst

Angst om te vallen, vrees voor blessures, onzekerheid: ga er actief mee aan de slag door stap voor stap je grens op te zoeken.  Laat daarbij het tempo van jezelf afhangen en laat je niet opjagen. Twee jaar geleden liep ik tijdens een bouldersessie een acute peesblessure op; een gedeeltelijke pully ruptuur aan mijn middelvinger. Pijnlijk en vooral erg schrikken (het ‘plopgeluid’ dat mijn vinger maakte, brrrrr). Los van de herstelperiode die nodig was om weer op mijn oude niveau te komen bleek het moeilijk om mijn angst los te laten. Wat als ik dat kleine greepje te hard belast, houdt mijn vinger dat wel? Wat als mijn voet van de tree afschuift? Om gek van te worden! Langzamerhand groeide het vertrouwen en kon ik mijn angst loslaten. Waarschijnlijk doordat ik zoveel tijd voor mijn herstel heb gepakt en de basis op orde heb gebracht – vooral qua uithouding en techniek – klim ik nu een niveau beter. Vet! Conclusie: is je hoofd niet op orde, dan houd je  jezelf onbewust tegen in je klimontwikkeling.

Doelgericht, niet per definitie een schema

Als je niet oplet, dan ‘draai’ je elke week het zelfde riedeltje af en blijf je stilstaan. Ik heb zelf geen behoefte aan een uitgetypt trainingsschema maar bepaal wel wekelijks op hoofdlijnen wat ik ga doen en welke doelen ik wil behalen. De ene week ligt de focus op uithouding en klim ik veel maar wel een volle graad onder mijn maximale niveau. De volgende week ligt de nadruk op kracht en sleur ik mezelf door lastige boulders heen. De week erna focus ik op het toppen van een specifiek project. Afwisseling zit voor mij ook in binnen versus buiten klimmen en verschillende klimhallen. En ja, mijn klimmaatjes gooien wel eens roet in het eten door mijn ‘waar-gaan-we-klimmen-schema’ om te gooien. Maar hé, dat houdt het interessant!

Samen trainen

Voor mij persoonlijk is het sociale aspect bij het klimmen van doorslaggevend belang voor mijn prestaties. Ik heb het geluk dat ik toffe mensen om me heen heb die een lekker potje kunnen klimmen. Ik ben in routeniveau uitgedrukt de zwakste schakel, maar ook dat zie ik als een voordeel: ik kan me namelijk aan hun niveau optrekken. Wat heeft dit met progressie te maken? Ik zie om mij heen nog wel eens zeer gefocuste klimmers die alleen trainen of geen oog hebben voor hun omgeving. Gemiste kans vind ik, omdat juist anderen vaak beter zien wat jouw ontwikkelpunten zijn. En omdat met gelijkgestemde klimmers vaak ook gezonde onderlinge competitie ontstaat. Hoe fijn is het als jij die ene route als eerste topt? Kijk eens om je heen in een klimhal. Ga er lekker voor zitten – net als ik elke week doe met een kopje koffie in Rotterdam (;)- hoe klimt iemand de route die jij net deed? Waar gaat hij of zij staan? Hoe is zijn balans? Dit kan je de inzichten bieden die je nodig hebt om progressie te boeken.

Klimtraining
Klimtraining in Rotterdam

Top 5 Kalymnos

Zeven keer naar Kalymnos = zeven vette Griekse klimjaren. Tijd voor een ode aan het Griekse klimparadijs en zijn mooiste routes.

Cyclops
Cyclops Kalymnos
Cyclops (6c), sector Panorama

Naast de imposante Grande Grotta ligt sector Panoroma. De laatste jaren zo druk met ijverige klimmertjes dat ik de zonovergoten sector oversla. In de beginjaren van het Griekse eiland kon ik hier echter op mijn gemak in de imposante overhang van Cyclops (6c) werken. De route begint in een krachtige overhang waar je van ‘knol’ naar ‘knol’ (of tufa?) zwaait. Net als je denkt dat je biceps het begeeft en het zuurgehalte in je bloed de limiet bereikt, wacht op het eind nog een verrassing. Subtiele pasjes op kleine randjes. Drie pogingen en een flinke bak met Griekse yoghurt later is het mij gelukt. Deze route is een aanrader, al is het maar vanwege het fotogenieke karakter ervan.

Les Amazones
Amazones, Kalymnos
Les Amazones (6c), sector Spartacus

Voor het klimvirus toesloeg was ik een typisch paardenmeisje. De route Les Amazones (6c) op sector Spartacus sprak wat dat betreft erg aan… not! Het is niet de meest charmante klimroute om te zien. Toch is het vanwege de diversiteit aan bewegingen aan tufa’s een van mijn favorieten. De route dankt zijn naam aan de typerende pas waarbij je je al zittend ‘in het zadel’ een weg naar boven werkt. Eenmaal op de tufa dringt de werkelijkheid pas echt door: ik heb nog een lange, lange weg te gaan in deze dertig meter lange structuurloze wand. De route kan een aanslag zijn op je uithoudingsvermogen, tenzij je slim gebruikmaakt van de beschikbare tufa’s. Dus: pas na pas jezelf tussen de twee tufa’s ‘klemmen’.

Eros
Kastor, Kalymnos
Eros (7b+) sector Arhi

Kort en krachtig. Deze twee woorden typeren de route Eros (7b+). Wie denkt dat hij of zij deze 20 meter ‘wel even klimt’, heeft het mis. De passen in deze flink overhangende grot zijn boulderachtig zwaar en behoorlijk ruim. En zeker op een hete zomerdag glibberen je handen snel van de gladde tufa’s af. Dat betekent veelal dat je harder knijpt dan strikt noodzakelijk en dus sneller moe raakt. Eenmaal boven wacht nog een verrassing: de moeilijkheid zit ‘m in het klippen van de ketting. En dat is waar ik de afgelopen jaren consequent sneuvel. Richard klimt de route in de tweede poging. Voor mij is Eros te hoog gegrepen, maar tof genoeg om op mijn to-do lijst te houden.

 Adolf in the bay
Iannis Kalymnos
Adolf in the bay (6c+), sector Iannis

Mijn favoriete sector op Kalymnos is zonder twijfel Iannis. Een grijs-oranje grot met tufa’s, pockets en stalactieten. De uitzichten vanaf dit schaduwrijke ‘balkon’ zijn prachtig. Een van de populairste routes van de sector is Adolf in the bay (6c+). Zo populair dat ik in 2015 getuige ben van een ware cat fight tussen een Duitse en Italiaanse klimster die de route beiden op het oog hebben. Pas na tussenkomst van superrelaxte local Simon Montmory bedaren de gemoederen weer. Terug naar de route… Adolf in the bay slingert de eerste 15 meter over grote gaten en grepen. Krachtig, maar niet onmogelijk. De laatste meters traverseer je eerst naar rechts om – heel behoedzaam – over piepkleine randjes weer linksom naar de ketting te klimmen. Een kwestie van kalm blijven.

Remetzo
Sector Secret garden, klimmen Kalymnos
Secret garden, Kalymnos

Soms kom je een route tegen die er niet speciaal uitziet of aanvoelt. Toch is mijn laatste tip Remetzo (6c). Deze recht-toe-recht-aan spierballenroute bevindt zich op het linkergedeelte van sector Secret garden. Secret garden is al lang niet meer een geheim en juist een van de drukste sectoren op Kalymnos. De meesten komen hier voor de routes vanaf niveau 7a, waardoor de ‘gemakkelijke’ routes vergeten worden. Fijn voor mij, want daardoor heb ik alle tijd om Remetzo nog een keer te klimmen!

Praktische info Kalymnos:

 

 

 

 

4 redenen voor een klimtrip naar Tenerife

Tenerife is het Canarische eiland waar massa’s voornamelijk seniore en lallende toeristen naartoe gaan. Als natuurliefhebbende klimmer niets te zoeken. Of wel? 4 redenen voor een klimtrip naar Tenerife.

 1. Vulkanische rots in alle soorten en maten

‘Plop’, dat is het geluid dat ik hoor tijdens een bouldertraining. Acht weken voor ons vertrek naar Tenerife maakt mijn vinger een duidelijk  ‘knappend’ geluid. Een pulley rupture aan mijn middelvinger. Wat nu? Richard is in topvorm en wil elke dag in zware routes hangen. En ik? Zekeren en toekijken? Tenerife blijkt echter de ideale plek voor ons beiden. In de upper gorge van Arico (Arico arriba) vind je oneindig veel, vingervriendelijke vijfde- en zesdegraads routes. Daar werk ik rustig aan mijn herstel na de blessure. De meeste routes zijn subtiel en technisch op prachtige roodbruine vulkanische rots. Een goede voettechniek is belangrijker dan (knijp)kracht. Een walhalla voor beginnende klimmers. Opwarmen in de upper gorge dus en daarna een korte wandeling naar de hoofdwand van de lower gorge. Daar klimt Richard na enkele dagen zijn project uit: La silla electrica (7b).

Guiria  

Ook gaan we een aantal dagen naar Guaria, een gebied dat voornamelijk bekend is bij lokale klimmers. Een heerlijk rustige plek waar alleen het geluid van overvliegende roofvogels is te horen. De routes zijn langer dan in Arico (gemiddeld 30 meter) en de rots is licht overhangend. Ik klim een aantal mooie 6a’s.  Het gaat steeds beter met de pulley!  

Klimmen in sector El Rio, Tenerife

 

Sector Arico Arriba, Tenerife
 2. Wandelen zonder iemand tegen te komen

Door mijn eerdere blessure ben ik genoodzaakt regelmatig een (extra) rustdag in te lassen. Voor wie deze dag net als ik actief wil invullen is Tenerife een goede plek. Er zijn talloze gemarkeerde wandelroutes. Van mild tot pittig en met of zonder gps te lopen. Als eerste route kiezen wij een pad dat van Villaflor naar het zuiden loopt. “Zeven km, dat is goed te doen toch?”, beginnen wij het wandelingetje.
Na een kilometer of drie zetten de eerste tekenen van verzuring in. Ruig terrein en veel hoogtemeters, dat zijn de beentjes niet meer gewend. Ondanks de ligging nabij een toeristisch dorp komen we geen ziel tegen. Heerlijk. Ruim vier uur later arriveren we afgepeigerd bij ons eindpunt. Een paar dagen later ontdekken we dat ook de paden naar de meeste klimgebieden een prachtige wandeling op zich zijn. Bijvoorbeeld naar El Rio, dat achter een stuwdam verscholen ligt.

Wandeling naar sector El Rio, Tenerife
Sector El Rio (6a+?), Tenerife
 3. Shoppen, shoppen, shoppen

Ik ben niet vies van een middagje shoppen. Fijn ter afwisseling van een inspannende klimdag. De zuidkust van Tenerife is vergroeid tot een grote shopping mall, die strekt van Adeje waar wij verblijven tot Los Christianos. Naast ouderwetse toeristenwinkeltjes vind je er alle grote modemerken en een aantal outlets. Kleine waarschuwing: tijdens de Rabajas krioelt het er van de koopgrage Russische dames op leeftijd. En dat geeft wat geluidsoverlast.
Ook aan de mannen is gedacht met grote sportmerken en -outlets. Een aanrader is de Decathlon in Santa Cruz. Trek er een paar uur voor uit, want dit is echt de grootste Decathlon die je ooit zult tegenkomen.

4. Ideale weersomstandigheden

Op Tenerife kan het hele jaar geklommen worden. Op hete dagen bijvoorbeeld in een groot deel van Arico. Kwestie van op het juiste moment oversteken van de ene naar de andere wand. In januari klim je meestal in een t-shirt. Houd er wel rekening mee dat de meeste klimgebieden hooggelegen zijn. Arico is gemiddeld zo’n tien graden kouder dan aan de kust. Brrrr! Wij hebben de ‘pech’ dat zich tijdens onze vakantie permanent een grote wolk boven het eiland bevindt. Daarmee blijft de temperatuur soms steken op zo’n 9 graden in Arico. Winterjas en beanie mee dus! Sector Canada del Capricho nabij de Teide slaan we deze trip over. Daar is het zo’n 4 graden Celsius.

Praktische info:

 

Klimmen Athene: deukje in ego en ervaring rijker

Op 8a.nu verscheen in 2015 een artikel over klimmen in Athene. De nieuwe topo zou niet veel later uitkomen. Meteen besteld dus. Zon, zee, klimmen? Ja, graag!

Inside information

Begin september vertrekken we voor twee weken naar Athene. Hotels en appartementen in overvloed. Het grote aanbod duizelt me en ik twijfel over de handigste locatie. Op de gok stuur ik de auteurs van the Athens Climbing book een mailtje. Of ze misschien tips hebben. Dezelfde dag krijg ik 2 pagina’s vol inside informatie. Beste uitvalsbasis blijken de noordelijke wijken van Athene te zijn. Ver van de chaos van de oude binnenstad, met de beste klimgebieden op korte rij-afstand. We belanden in de wijk Anixi, dat een hoop oud-Griekse cultuur ademt. Nou ja, cultuur… Je kunt er goed eten en drinken, Dat is ook cultuur, toch? Wel bevindt zich op 10 km afstand het dorp Marathon – waar het allemaal begon ‘te lopen’ – en het meer van Marathon.

Hahas (6a+), sector Platosi
Deukje in ego

We beginnen de klimtrip in de sector Platosi, ten noordwesten van Athene. Een mooi, compact gebied met overhangende routes. We negeren het hekwerk dat de buurman als statement naast de rots heeft geplaatst. Ik klim met moeite een 6a+, wat confronterend is en tekenend voor mijn Athene-klimervaring. De gradering is aan de strenge kant. De eerste dagen loopt mijn ego een kleine deuk op.

Koelkast van marmer

Een perfecte plek voor hete zomerdagen is sector Damari. ”Vanaf 14:00 uur ligt dit gebied in de schaduw”, aldus de makers van de topo. Nou, oordeel zelf…. Zie jij schaduw op deze foto? Hoe dan ook, de voormalige marmergroeve is zo buitenaards mooi dat we ons beste zonnehoedje opzetten en een poging wagen. Ik verschuil me tijdens het zekeren in de schaduw van een reusachtig marmerblok dat niet zou misstaan als onderdeel van een nieuwe badkamer. Marmer is anders dan alle soorten rots die ik ooit heb beklommen. De vormen dwingen tot ongemakkelijke, gebalanceerde bewegingen op voornamelijk verticale wanden. Het witte oppervlak lijkt op het oog te glad – het blinkt letterlijk in de zon – maar biedt verrassend veel wrijving. We klimmen een paar mooie 6a’s, moeilijk zat in deze hete omstandigheden. Twee locals groeten ons even later als ze ”weer aan het werk gaan”. Ze gebruiken hun siësta om wat routes te klimmen. Some people have all the luck

Iperentasi (6a+), sector Damari
Sympligades/Poseidonas

We ontvluchten de hitte en bezoeken het nabijgelegen Sympligades/Poseidonas. Dat blijkt een voltreffer! Een ware koelkast. In tegenstelling tot het blinkende witte marmer van Damari is de rots hier donkerrood gekleurd. De wand hangt behoorlijk over. Meer mijn cup of tea! Wederom is de omgeving verlaten en hangt er een buitenaardse vibe. Gelukkig worden we gezelschap gehouden door wederom twee joviale lokals, waarvan een de founding father van het gebied blijkt te zijn. Zijn naam heb ik helaas niet onthouden. Wel het feit dat hij zijn klimschoenen vergat om vervolgens weer het steile pad omhoog te lopen. Ik klim Hristiana en Klio (6b+). Mijn ego ontdeukt gelukkig weer een beetje.

Keti (6a+), sector Sympligades
.
De grot van de grote Bok

De volgende dag gaan we naar Mavrosouvala, In the middle of nowhere. Volgens de topo ”een van de populairste gebieden voor het klimmen van moeilijke overhangende routes”. Geen klimmer te bekennen. Richard heeft zijn oog laten vallen op Enaerites (7a), een vet overhangende route in het midden van de indrukwekkende grot. Maar eerst moet er opgewarmd worden. Nog voor hij de kans krijgt om het eerste setje in te hangen, schrikken we van een geluid. Gerommel en gestommel. 25 meter boven ons staren drie paar ogen ons aan. ”Die geiten hadden geen touw nodig, haha”. Het klimmen van de 6b onder de geiten is geen optie. ”Dan maar meteen opwarmen in mijn project”. De volgende uitdaging staat ons al snel te wachten. De man of the house, ofwel de bok van de grot, staart ons van een afstandje aan. ”Wat doen jullie in Mijn grot?”, lijkt hij te zeggen. We zijn wel wat gewend aan de rots – koeien, geiten, honden, schapen, paarden, uilen, eekhoorns, hagedissen. Maar een agressieve Griekse bok… dat is toch echt iets anders. De bok oogt dik en sloom, maar staat 2 seconden later toch 5 meter hoger in de grot voor onze neuzen. ”Rustig blijven”, bibber ik nog. Het duurt een paar minuten voordat Meneer besluit dat we goed volk zijn. Richard klimt daarna snel zijn project uit.

Sector Mavrosouvala
Imposant dak: Enaerites (7a), sector Mavrosouvala
Klein maar fijn

De laatste dagen van onze vakantie besluiten we ”rustig aan te doen”. De spieren zijn moe van het worstelen in iets te moeilijke routes. De hoofden zijn leeg van het gespeur naar gebieden en het drukke verkeer. We ontdekken op de valreep een aantal toegankelijke gebieden met vooral zesdegraads routes (die ook echt zo aanvoelen). Ik klim Eksafanizal (6c) in sector EPOS Fylis en Halara (6b+), een boulderachtige route, in sector Mikri Varasova.  

Eksafanizal (6c), sector EPOS Fylis
Nog een keer?

Mijn verwachting afgaande op alle informatie was een soort ‘mini-Kalymnos’ aan te te treffen. Dat wil zeggen: overhangende routes in overvloed, mild maar fair gewaardeerd en alles op behapbare afstand van elkaar. Die verwachting wordt niet helemaal ingelost. Kalymnos en Athene hebben gemeen dat je uithoudingsvermogen wordt getest in overhangende wanden. Maar waar Kalymnos gemiddeld gezien ‘mild’ gewaardeerd is, zijn de routes in Athene aan de pittige kant. De dagen overheersen dat ik geen enkele route uitklim, ook niet ver onder mijn ‘normale’ kunnen. En in Athene heb je echt een auto nodig.

Daar staan tegenover de variatie in het soort routes, het geweldige klimaat en de altijd vriendelijke Grieken. Een bestemming die zeker de moeite is, als je bereid bent een beetje moeite te doen. Closing thought: geef wat euro’s uit aan de tolweg. Dat scheelt je een hoop tijd en verkeerstrauma’s!

Handige links:
Pentelli mountain
.

Valeria Spanje: klein maar fijn

Tijdens ons verblijf in Cuenca rijden we in de weekenden naar het nabij gelegen kleinere Valeria in Spanje. Met als reden: heel klimmend Madrid weet Valeria nog niet te vinden, dus lekker rustig.

Los Arcos voor een topo ‘erbij’

In de eerste bar die we tegenkomen, Los Arcos, bestellen we naast een lekkere espresso op de gok ook een ‘topo erbij’. Het is meteen raak. Voor het schamelige bedrag van 10 euro is de gloednieuwe Valeria-topo van ons! Veel (klim)toeristen komen hier duidelijk niet. We zijn een bezienswaardigheid voor de locals die om 11.00 uur gebroederlijk aan de cerveza zitten.

Muchos relaxos

Klimmen in Valeria blijkt een prettige ervaring. De setting is super: een eindeloze gorge met alleen maar rots, rots en rots. Prachtige, compacte gele kalk. Tijdens het klimmen worden we gezelschap gehouden door talloze vale gieren die vol verwachting boven onze hoofden cirkelen. “Dat moet toch een keer mis gaan met die sappige klimmers”, zullen ze hebben gedacht.

Volop bekijks voor de vale gier
Klauter kabouteren

Het niveau in dit gebied is een stuk toegankelijker dan in Cuenca: veel vijfde- en zesdegraads routes en een reeks overhangende 7a’s. Heerlijk om een dagje te ‘klauter kabouteren’. De sfeer is muchos relaxos: lokals picknickend in het gras, genietend van de zon en de sportieve inspanningen. De routes zijn bijzonder dicht naast elkaar behaakt en krioelen door elkaar heen. Ik klim een boulderachtige 5a+ die achteraf de 6b Conculin blijkt te zijn. Ach ja, zijn we meteen opgewarmd…

Conculin (6b)
Spaanse haakafstanden

Richard stapt in een mooie overhangende 7a (Joven Hechicero) in de sector Chopera Sur. Vanaf de grond ziet het er klimbaar uit: volop treetjes, gaten en randjes. De haakafstand is Spaans te noemen, lekker ruim. Bij de instap blijkt echter snel dat we niet de eersten zijn die een poging wagen: spiegeltje-spiegeltje glad geklommen. Dit gaat door tot aan het dak, waarna zowel de treden als de grepen ruwer en groter worden.

Op weg naar veiligheid in het dak (Joven Hechicero, 7a)

Een doos vol klimtechniek

We sluiten een mooie dag af bij de sector Huerto de Mencho. Hadden we eerder moeten doen, want hier zijn de routes veel langer (zo’n 30 meter). De wanden zijn verticaal tot (heel) licht overhangend. De bewegingen: “Prachtig!!”, aldus Richard. Hier heb je geen kracht nodig, maar wel een doos vol techniek en balans. Niet mijn cup of tea, zeg maar. “Maar wel goed voor je!”, herhaalt Richard. We klimmen uiteindelijk een aantal fijne 6a’s.

Mi amigo el murcielago (6a)
Praktische informatie klimmen in Valeria:

 

 

 

 

 

 

Een heilige klimweek in Cuenca Spanje

Begin april vertrekken we met de auto naar Cuenca, regio Castillie-La Mancha, Spanje. Eerste indruk: on-Spaanse Phoenixwijken. Maar dan een stukje verder: de oude stad. Met vlak daarbuiten: de meest fantastische klimsectoren van Spanje! Cuenca staat in mijn top 5 van all time favorites!

Oude stad Cuenca als uitvalsbasis

Krioelende straatjes, imposante vestingmuren en de fameuze ‘Casas colgades’ (hangende huizen). Dat is typisch Cuenca. Onze verblijfplaats voor drie weken: Alizaque lodge. Lekker comfortabel en groots uitzicht over de Hoz del Hucar, waar zich de belangrijkste klimgebieden concentreren. Strategisch uitgekozen vanwege de ligging net buiten de oude stad. Wel zo handig gedurende de Semana Santa (heilige week) die tijdens Pasen een permanent verkeers- en parkeerinfarct veroorzaakt. Elke dag zijn er talloze paasprocessies in kleurige gewaden. Ik krijg er een beetje de kriebels van, maar eenmaal gewend ook kippenvel.

Casas colgades (foto: Denise van der Veeke)
Semana Santa (santacuentatuviaje.net)
Hoz del Hucar, Cuenca
Sector Ermita

De eerste dag zoeken we de koelte op van sector Ermita. Zonder de topo uitvoerig te hebben bestudeerd. “Kom Richard, die route ziet er vet uit. Touwtje inhangen?” Ik had net een jongen een prachtige overhangende route door gele kalkrots zien klimmen. Schijnbaar op z’n dooie akkertje, dus moeilijker dan een 6b kon het niet zijn. Des te groter is de verbazing als de topo toch echt 7c+ aangeeft… De toon is meteen gezet:  klimmen in Cuenca, zeker sector Ermita, is niet voor watjes. Als je minimaal 7a klimt kom je een heel eind. Maar het wordt pas echt interessant voor klimmers met niveau vanaf 7c+/8a.Niet voor watjes. Zo lopen we op een mooie zondag Ramon Julian Puigblanque tegen het kleine gespierde lijf. Even later topt hij zijn project (9a?).

Sector Ermita
Alfar

De volgende sector waar we ons geluk beproeven is Alfar. Een imposant geel met grijs kalkmassief waar je vooral je uithoudingsvermogen nodig hebt. Kleine randjes worden afgewisseld door gaten, gaatjes en nog meer kleinere gaatjes. Een van de highlights: Al Tran Tran (6c+), die ik na drie dagen zwoegen (en vloeken) uitklim. Richard klimt ook Euforia (7a), vergelijkbaar met Al Tran Tran, maar net wat krachtiger. Na drie pogingen in Euforia houd ik het even voor gezien. Een paar dagen later: yes!!!!!

Euforia 7a, Cuenca
Euforia (7a)
El Camino

De brug over de Hucar-rivier leidt naar de volgende sector: El Camino. Een aanrader voor hete dagen, want tot 17:00 uur in de schaduw. Hier domineert grijze verticale en licht overhangende kalkrots met voornamelijk zevendegraads routes. We ‘warmen op’ in Woody (7a+). De instap gaat via slechte/ platte/ gladde zijgrepen. Het middenstuk is prachtig met ruime passen aan niet slechte randjes, maar daarna stelt het einde teleur met een gebrek aan iets wat in de buurt komt van een bruikbare greep of voettrede. Het is weer duidelijk: de Cuenca’naren zijn niet flauw met het graderen van routes.

Richard probeert daarna Un buchaca en la placa (7b). “Nice route, hard crux”, moedigt een goedlachse local hem nog aan. Vriendin en baby kijken toe vanaf een veilige afstand. De crux blijkt te hard. Wel een prachtige lijn via gaten, zijgrepen, mono’s en randjes.

Mar Adentro (6a+)
Drukte ontvluchten

Cuenca is voor Madrilenen het dichtstbijzijnde grote klimgebied, wat het in de weekenden tot een massale bedoening kan maken. Wij ontvluchten deze drukte door op die dagen het nabijgelegen en minder harde Valeria te bezoeken.

Handige links:

 

Geyikbayiri: klimmen in het andere Antalya

Als klimmer ben ik verwend. Ik kom standaard op de mooiste plekken. Vaak afgelegen en nog onaangetast door massatoerisme. Klimmen in Antalya valt in die categorie. Ja, je leest het goed. Het zwaar toeristische Antalya.

Grootste klimgebied van Turkije

Mijn oog valt op een blog over Campsite YoSiTo. Deze camping bevindt zich aan de voet van het grootste klimgebied van Turkije: Geyikbayiri. Op zich heel gezellig, klimmers van alle nationaliteiten rond het kampvuur. Ik wil echter iets meer zien van het land zien en wat comfort. De keuze valt op een authentiek hotel in de Kaleiçi, de oude binnenstad van Antalya. Heerlijk vers eten, een veel te grote Koninklijke kamer en omgeven door winkelstraatjes, museums en prachtige moskeeën. Moskeeën die op de meest onverwachte momenten heel veel gezang produceren. Geeft niet, ik wilde meer van het land zien.

Antalya
 Remmen

“Het is maar 45 minuten rijden naar Geyikbayiri. Goed te doen hoor”, overtuigt Richard me. In Antalya verblijven betekent een dagelijkse autorit naar het klimgebied. De afstand blijkt het probleem niet, wel de avontuurlijke rijstijl van de Turken. Onze kakelverse huurauto – het plastic zit nog om de stoelen – wordt enthousiast aangetikt. Resultaat: bumper hangt er de eerste dag al losjes bij. Gelukkig spreekt de tegenpartij goed Engels. Al babbelend vullen we amicaal het Turkse schadeformulier in. Advies: go with the flow en op tijd remmen, misschien ziet je achterligger het.

Remmen!
Geyikbaryiri = topplek

De kalkmassieven rond Geyikbayiri blijken een paradijs voor mensen die zoals ik heel blij zijn als ze een 6c+ of 7a uitklimmen. Topklimmers – vanaf 7c+ – hebben ook voldoende uitdagingen in dit gebied, met name in de sector Trebenna. We bezoeken ook een dag het toegankelijke Olympos, op zo’n uur rijden. Hier kun je een nacht in een van de de Tree Houses slapen, als dat je ding is. De Turken uit Antalya verblijven hier of in de vele hotels. Ik klim een 7a in Olympos. Maar eerlijk gezegd: een 7a die ik al giechelend uitklim is echt geen 7a. Ik verwacht dat ze gradaties in de toekomst nog wat ‘optimaliseren’.

7a? Olympos
Geyekbayiri
Netjes behaakt

De routes zijn goed afgezekerd en lang (gemiddeld 30m). Van technische routes met minuscule voettreden tot aan imposante daken. Met adembenemend uitzicht over besneeuwde bergtoppen. Zo kwamen we erachter dat op een uur rijden van Antalya tot eind april geskied wordt! Onze bagage was al zwaar genoeg, maar als je ruimte over hebt…. een absolute aanrader.

Sneeuw op de bergen rond Antalya
Geyekbayiri

 

 

 

 

 

 

San Vito Lo Capo: the sunny side up

Sicilië biedt voor klimmers de ideale drie-eenheid. Rots, Zee, Zon. Klimmen doe je vrijwel altijd met uitzicht op het prachtige water. Zelden zo weinig moeite hoeven doen voor een mooi stukje rots! 

Behulpzaam voor klimmers

Wij vliegen eind oktober met Ryan Air naar het westelijk gelegen Trapani. Laat in de avond rijden we in onze huur-Ka richting San Vito Lo Capo waar onze stacaravan op Camping El-Bahira op ons wacht. Op Sicilië zijn ze echter niet scheutig met straatverlichting waardoor we een paar keer nietsvermoedend de camping passeren. Gelukkig zijn de Sicilianen zeer behulpzaam en wijzen ons de weg. We zijn duidelijk niet de eerste klimmers die dit probleem hebben. Het weggetje naar de camping gaat na een haakse bocht stijl naar beneden richting de zee. Er zijn meerdere campings in de buurt, maar deze is werkelijk op kruipafstand van een aantal sectoren en het strand. Met een beetje geluk kijk je zo vanuit je ligstoel op de rots.

San Vito pool

Heet, heter, heetst

Wij gaan eind oktober met de gedachte “Dan is het lekker afgekoeld”. Niet dus! Het is nog dik 27 graden, wat Sicilië tot een topbestemming maakt in het late najaar en zelfs de winter. De meeste sectoren liggen op het zuiden; voor mij te heet maar voor sommigen vast prima te doen.

Never sleeping wall

Een aanrader op hete dagen is de Never sleeping wall op circa 30 minuten rijden van San Vito. Een immense wand met tufa’s die tot laat in de middag in de schaduw ligt. Bijkomend voordeel dat dit gebied relatief rustig blijft, de meeste klimmers blijven toch in de buurt van de camping.

Sectoren bij San Vito Lo Capo
Ieder zijn eigen project

Het gebied rond San Vito Lo Capo biedt een grote range van makkelijke routes tot aan uitdagende zevendegraads routes. En meestal op hetzelfde massief. Handig als je net als ik een klimmaatje hebt die een ‘mooie 6c’ als opwarmer ziet. Zo klimmen we fijn heel de dag naast elkaar onze eigen projecten.

San Vito4