Categorie archief: Sportklimmen

Return to Rodellar: een klimfeestje in de Spaanse Pyreneeën

Rodellar heeft mijn klimmershart gestolen.  Ik heb dit jaar – naast genieten – één sportief doel voor ogen in Spanje: een harde route voorklimmen.

Turbo check-in

Op Hemelvaartsdag komen we aan in piepklein Rodellar. Ik verwacht topdrukte, we zijn immers in Katholiek Spanje. De Spanjaarden blijken echter niets om Hemelvaart te geven en het dorp ligt er verlaten bij. Net als vorig jaar volgt een turbo check-in bij Bar Florentino, waar goedlachse Carlos ons al opwacht. In een poging het wereldrecord Snel Inchecken te verbeteren gooit hij mij de sleutel van Casa Julián toe en roept “Benga! A Escalar“.  Dat is niet tegen dovemansoren gezegd.

Selectief geheugen

De eerste klimdag kiezen we een schaduwrijke sector: Barrio de los Gitanos. Richard heeft één specifieke route in gedachten, namelijk Lola (7a). Grappig dat iemand die zo vergeetachtig kan zijn, na jaren toch de exacte locatie, naam en gradering van een klimroute weet te onthouden. Iets met selectief geheugen? Lola blijkt een ontypische Rodellar-route:  geen boulderachtige start in een dak, maar een technische klim op een licht overhangende wand.  “Kunnen we ons vandaag en morgen goed in vermaken”, spreekt coach Richard wijs. Krap 2 uur later klimmen we de route beiden uit. Het geeft een dubbel gevoel; zijn we zo sterk of is de route soft gewaardeerd?

Sector El Camino
Toma Castanazo (7a+)
Knalhard Rodellar

Om te ‘testen’ wat mijn échte niveau is, zoeken we de volgende dag mijn favoriete sector op: Egocentrismo. Te vergelijken met een outdoor boulderwand, maar dan 20 meter hoog. De oranjerode rots hangt 45 graden over en vrijwel alle routes hebben een knalharde instap.  Hier klom ik De 8 a 14 (7a), één van mijn eerste moeilijke routes op rots. “Als ik ‘m  makkelijker klim dan toen, dan ben ik dus sterker geworden“, is mijn logica van de koude grond. Poehee! De route voelt nog net zo moeilijk.

El Camino
Sector El Camino

Naast De 8 a 14 bevindt zich Paisanu (7a), een korte, krachtige route die we al die jaren letterlijk links hebben laten liggen.  De rots is glad geklommen tot ongeveer de helft van het massief. Dit duidt meestal op een harde crux, waar klimmers massaal zijn afgehaakt.  De eerste paar meters beginnen gemakkelijk over grote bakken en gaten, daarna volgt een verre ‘afblok’ pas, waarbij ik met twee vingertoppen een vlijmscherp randje vasthoud. Daarna is het vooral volhouden tot het eind. Ondanks verzuurde onderarmen klim ik Paisanu uit. “Dat zijn twee 7a’s op één dag.  Denk dat het toch aan onze goede vorm ligt“, grap ik tevreden.

Sector El Camino
Richard in Billy el rápido (7a)
Grapjassen

Rodellar voelt als thuis. Casa Julián is rustig gelegen en biedt alle gemakken, van vaatwasser tot wasmachine en hete douche, het ligt naast een kleine supermarkt, heeft terrasjes, restaurants,  rots op loopafstand en uber vriendelijke mensen. De dagen verlopen kalm en succesvol. Richard klimt gemakkelijk nog een aantal zevengraads routes, waaronder Orgásmica (7a+). Ja, die Spaanse routesetters houden van een grapje. (:) De regen die de laatste weken Rodellar teistert zorgt ervoor dat hij zijn plan om Monica (7b) te klimmen aanpast.

Rodellar
Voorbereiding is het halve werk
Bird watching

Omdat we tweeënhalve week in Spanje zijn, lassen we regelmatig een ‘rustdag’ in. Rustdag equals wandeling, weet ik inmiddels. Richard heeft een ‘prachtige, avontuurlijke wandeling’ uitgezocht met ‘uitzicht op de besneeuwde toppen van de Spaanse Pyreneeën’. Een kilometer of 14. De tocht begint relaxed. We worden regelmatig ingehaald door echtparen, gezinnen, een bejaarde schaapsherder en groepen canyoneers. Zo zwaar kan het toch niet zijn?

Mascun
Mascun, adembenemend mooi (en eng!)

De tocht is adembenemend. Letterlijk. Na een kilometer of 10 gaat het brede, lieflijke pad over in een rotspad langs grotten, puinhellingen en diepe afgronden. Zelfs ik als klimmer ervaar hoogtevrees en blijf angstvallig tegen de rots aangeplakt staan. Richard  dartelt als een berggeit ontspannen over de paadjes en heeft inmiddels een groep vale gieren gespot, die boven onze hoofden cirkelt. “Die vogels zijn niet dom“, verzucht ik. “Ze wachten hun kans af met al die de wandelaars….”  Dik 21,3 km later (die 300 meter maakt écht het verschil) lopen we de Mascunvallei in en ben ik alle ellende op slag vergeten.

Birds
Vogelnestje met gieren
Klimfeest

Halverwege de vakantie is het gedaan met de rust! Klimvrienden Bart, Hans en Ivo wachten ons op bij Camping Mascún.  De grande entrée van verloren zoon Dominique volgt drie dagen later, waarna het échte klimfeest kan beginnen! Iedereen is in topvorm en in opperbeste stemming. Hoewel Rodellar vanwege de vele 8e- en 9e-graads routes een paradijs is voor topklimmers – je staat hier oog in oog met rock stars zoals Citro, Primo, Joe Kinder en natuurlijk mijn persoonlijke favoriet Dani Andrada – is er ook een aantal leuke sectoren met toegankelijke routes vanaf niveau 5a/6a.  Onze Vlaamse vrienden zijn bijzonder enthousiast wanneer we in sector Bikini gaan klimmen.  Hoe zou het komen? (;)

Rodellar
Dominique to the limit
Vino
Vino en vrienden, wat wil je nog meer?
Tranquilo

Ondanks mijn fysiek goede vorm, zit het tussen de oortjes nog niet lekker. Het voorklimmen maakt me onzeker en het begint me te irriteren. Ik besluit dat het tijd wordt om het gevecht met mezelf aan te gaan.  Bij sector El Camino lonkt de route Toma  Castanazo (7a+). Ik heb de route inmiddels drie keer nageklommen zonder moe of verzuurd te raken, maar de stap naar voorklimmen is groot. Richard klipt voor de veiligheid de eerste twee setjes met de clipstick voor mij in.  Bij het derde setje begint een lastige passage waar je eerst naar links klimt, over een tufa naar boven en daarna over kleine randjes weer naar rechts. Pas ná deze lange passage  kan ik het volgende setje klippen. Het voelt als the point of no return.

Rodellar
Point of no return

Ik verkramp en knijp harder in de grepen dan nodig is. Ik laat me zakken, teleurgesteld. Ivo, die na een jaar plastic grepen in klimhallen wat moet wennen aan rots, stelt zich ook als doel Toma Castanazo te klimmen.  Wanneer het mijn beurt weer is, komt er een indringende wietgeur van de rots af. Local climber Nacho ligt ontspannen op de grond en roept Tranquilo wanneer hem gevraagd wordt of hij nog iets wil klimmen vandaag. Tranquilo blijkt  mijn toverwoord. Of het nu de geur is van de (vieze) joint, of de nonchalante houding van Nacho, ik trek het touw vastbesloten uit de route en klim hem voor!

Rodellar
Bart en Richard bij El Delfin
Egocentrismo
Richard in Pequeno Pablo (7a+)
Dancing on the ceiling

Na deze overwinning spat mijn motivatiebubbel uit elkaar. De laatste dagen in Rodellar staan in het teken van de Vino Rojo van Carlos, uitslapen, chorizo en lachen om vrienden die tot tweemaal toe hun schoenen bij een rivier laten staan (ik noem geen namen). Hoe simpel kan het leven zijn!

El Delfin
Bart’s ultieme poging in ‘de dolfijn’
Rodellar
Maar ik noem geen namen…

Bart heeft een rekening openstaan bij El Delfin (7c+), de prachtige klassieke lijn die boven de Mascún vallei uittorent. Elke keer als ik bovenaan sta, borrelt Lionel Richies ‘Dancing on the ceiling’ naar boven. Want pas als je naast de route staat, zie je het gigantische dak, waarin Bart over het plafond lijkt te dansen. Bart doet zijn ultieme poging. ‘s Avonds vieren we dat we een reden hebben om terug te komen naar Rodellar. Er zijn nog genoeg projecten en uitdagingen voor iedereen.

 

 

 

 

Leonidio, het kleine dorp met het grote klimmershart

In 2016 ontstaat er buzz rond een nieuw Grieks klimgebied: Leonidio. Het broertje van Kalymnos, zo wordt de verzameling van klimgebieden in de Griekse Peloponessos genoemd. Die vergelijking schept hoge verwachtingen. Te hoog?

Leonidio = alternatief voor winterdekbed

“Leonidio is een typische winterbestemming,” zo schrijven de meeste klimsites en -blogs. Mijn winterdekbed komt begin oktober al tevoorschijn, dus waarom wachten? Hop, naar het Griekse! Een vlucht naar Athene en een avontuurlijke autorit langs de Griekse kust brengt ons bij de vuurrode wanden van Leonidio. Het schilderachtige dorp wordt omringd door zuidelijk gelegen rotsen die de gehele dag in de zon liggen. Met een gemiddelde temperatuur van 25 graden geen optie voor deze zonmijdende klimmer. Beginnende klimmers zijn echter aangewezen, wat zeg ik, veroordeeld tot de zonnige sectoren als Rocspot, Orama, Hotrock en Théos Pillar. Dagelijks vermaak wordt als snel: Spot de gamba on the wall. Genietend van een wijntje op ons dakterras van Danesi House proberen we bakkende klimmers te spotten op de hete rode rots. “Yamas!”

Leonidio
Leonidio, omringd door red hot rocks
Relaxopoulos

Nu de zuidelijke wanden van onze to-do-list afvallen, blijven de schaduwrijke sectoren zoals Mars en Berliner Mauer over waar je respectievelijk vanaf 12:00 uur en 16:00 uur in de schaduw klimt. Een klimvakantie is hierdoor nog nooit zó lui geweest. Uitslapen, een uitgebreid ontbijt met verse Spanakopita, sterke espresso en oké dan, nog een aflevering West World.

Leonidio
Kleurrijk Leonidio
Volgegeten

Op een ochtend schrik ik wakker wanneer de voordeur klappert. Onze gastvrouw Maria heeft granaatappels en warme broodjes voor ons achtergelaten. Dit ritueel herhaalt zich nog een aantal keer, met granaatappels, citroenen en mandarijnen uit haar eigen tuin.  Volgegeten rijden we in onze gammele huur-Micra naar de klimgebieden om daar op het gemakje één of twee moeilijke routes te proberen. Rond zonsondergang rijden we terug naar Leonidio, dat voldoende opties biedt voor een relaxed ‘avondprogramma’. Het geijkte Pánjika is het centrale punt voor klimmers en biedt eten en veel informatie over het klimmen. Gezellig voor een drankje, maar van het hapje word ik niet enthousiast. De rest van de vakantie genieten we van de verse pasta’s en pizza’s in het knusse ‘En Leonidio‘ en de over the top lekkere (afhaal)gyros van de vele eetcafés.

Kaba
Dagelijkse boodschappen haal je bij Kaba
Fixed ropes

De valleien rondom Leonidio zijn adembenemend én ruig. Zo ook de approach naar de meeste sectoren: steil omhoog langs smalle grindpaadjes. “Goed dat mijn moeder dit niet weet“, wordt mijn nieuwe mantra. De topo waarschuwt bij sector Hada: “De routes zijn enkel via fixed ropes bereikbaar. Pas op, dit kan gevaarlijk zijn met kinderen en ongetrainde personen.” Nu ben ik geen kind  en ook niet ongetraind. Maar een leuke ervaring is het niet. We besluiten om zonder klimbagage op verkenning te gaan.

Leonidio
Behoedzaam via touwen naar de klimroutes – een beklimming op zich
Schuifelen

Een prachtige wandeling door een rivierbedding brengt ons na 20 minuten onder de imposante oranjerode wand van sector Hada. “Waar is dat fixed rope? “, vraag ik ongeduldig. Het blijken niet één maar twee fixed ropes. Behoedzaam schuifelen we één voor één naar boven via een touw naar een plateau op zo’n 5 meter hoogte. Daarna volgt het tweede touw over brokkelige rots naar de grot van Hada. Richard besluit bij het derde touw dat het genoeg is. “Als we hier langs willen, dan doen we dat veilig en gezekerd“. Wijs besluit.

Hada, Leonidio
Sector Hada: niet voor watjes
Inconsistent

Deze ervaring zet de toon voor de rest van de klimtrip. Zeer in tegenstelling tot, komt ie weer, Kalymnos, zijn de routes soms ruig en inconsistent behaakt. De eerste haak bevindt zich de ene keer op vier meter, de andere keer kun je vanaf de grond klippen. Je merkt duidelijk dat de sectoren door verschillende groepen klimmers zijn behaakt, met ieder hun eigen klimcultuur.  Zo hebben sommigen zich er wel héél gemakkelijk vanaf gemaakt met het ‘cleanen’ van de routes. Ook de rotskwaliteit is inconsistent en verschilt van bom proof, zoals in sector Elona, tot en met “helm op en bidden dat je boven komt“, zoals in sector Berliner Mauer. Niet verwonderlijk dat in een spiksplinternieuw gebied af en toe steentjes uitbreken. Er is immers voldoende traffic nodig om een route solide te krijgen. Maar persoonlijk had ik sommige sectoren helemaal niet behaakt vanwege de dubieuze rotskwaliteit…

Sector Elona
Geen zorgen mam, ik zit aan een touwtje
Knieverslinder

Op zo’n 20 minuten rijden van Leonidio, op 570 meter hoogte, ligt het Elona monastery. Een plaats waar Grieken kaarsen branden voor hun overleden dierbaren en op zondag de heilige mis volgen. Voor ons een plek om te genieten in tufa heaven. De range in routes loopt van 6c tot 8c+ en is daarmee één van rustige gebieden waar alleen de meest fanatieke sportklimmers komen. We besluiten één van de ‘gemakkelijke’ routes te klimmen: Kneebaropoulos (7a). “Grappige naam“, mompel ik naïef. Niet wetende dat de oranjegrijze overhang garant staat voor 25 meter kneebars, een techniek die ik voor Leonidio nog niet kende. De slimme klimmer komt voorbereid en neemt twee knee pads mee naar deze route. De naïeve klimmer stapt in Kneebaropolous met een korte broek en klemt net zo hard haar knieën achter de tufa’s. Met als resultaat: twee donkerpaarse bovenbenen met matching blauwe knietjes. Na een aantal pogingen lukt het Richard deze knieverslinder te bedwingen. Ik leg me neer bij een mooie toprope poging.

Elona, Leonidio
Kneebaropolous (7a)
Nice!

Richard zet vervolgens zijn zinnen op Diet Dope (7b), de donkerrode overhang die leidt van tufa naar tufa, randjes, verre zij- en ondergrepen. Twintig meter verzuring gegarandeerd. Richard klipt het eerste setje in wanneer twee Nederlanders argeloos de wand verkennen. “Dat is duidelijk een echte sportklimmer. Hangt relaxed in de wand. Wij boulderaars kunnen dat niet.” Ze blijven bewonderd kijken en wanneer Richard de ketting inklipt volgt een luidt applaus. “Nice!” Dat is zeker nice. Tof om op zo’n manier medelanders tegen te komen.

Diet Dope
Richard in Diet Dope (7b)
… Of niet te hoog?

Leonidio is een gebied dat tijd nodig heeft om te wennen. Na twee weken voelt het lieflijke dorp dankzij de vriendelijke locals en het rustige leeftempo als een tweede thuis. Daarentegen zijn de gebieden relatief klein en liggen ze versnipperd over verschillende valleien. Voor topprestaties op klimgebied, zoals ik die eerder in Margalef of Kalymnos behaalde, is Leonidio voor mij persoonlijk niet de plek. Nóg niet. Veel van het potentieel aan routes, zeker de routes vanaf 6c, is nog niet benut. Klimmers met een niveau tot 6b kunnen hier nu al hun hart ophalen. Ik gun het de hartelijke inwoners van Leonidio dat deze klimbestemming een vlucht neemt.

Over dolfijnen en klimgoden: reünie in Rodellar 

Eén van de minder leuke dingen van een lange klimtrip: heimwee. Niet naar het koude, bergloze Nederland. Wel naar mijn dierbaren. Daar hebben we een oplossing voor: een reünie in Rodellar!

Hooggespannen
Op een regenachtige donderdag verruilen we het schilderachtige Chulilla voor de ruige bergen van Rodellar in de provincie Aragón. De verwachtingen zijn hooggespannen. Na tweeënhalve maand zien we onze vrienden! De één heeft nog nauwelijks buiten geklommen, de ander komt met een specifieke route voor ogen. Maar ieder heeft één doel gemeen: genieten!
Rodellar, Aragón
Rodellar up close (foto: Richard van der Ploeg)
Re-integratie
Onze uitvalsbasis is Casa Julian, middenin het piepkleine dorpje Rodellar. De mannen strijken een dag eerder neer op camping Mascún op 200 meter loopafstand. Dichtbij genoeg om samen te zijn onder het genot van een hapje en drankje(s), maar voldoende afstand om als enige vrouw af en toe bij te komen van alle gezelligheid 😉. Dominique: “Zo kun je alvast wennen aan de drukte van de gewone maatschappij. Deze week wordt één grote re-integratie!”    
Rodellar
Hans en Richard, tranquillo on the rocks
Spierballen
Rodellar is een spierballengebied. De routes zijn extreem overhangend en pumpy. Zo ook mijn persoonlijke favoriet: De 8 a 14 (7a) in sector Egocentrismo. De route start met (hele) grote bakken en goede treden tot je bij het tweede setje een geniepige kruispas maakt op een klein randje. Een pas die ik zes jaar geleden keer op keer mis. Menig Spanjaard heeft gniffelend onder de rots gestaan, terwijl ik al piepend uit de route boven de afgrond vloog. Veilig bungelend aan een touw, uiteraard.
Sector Egocentrismo, Rodellar
De 8 a 14 (foto: Ivo de Klerk)
Ego boost
Zes jaar en veel oefenen later ‘wandel’ ik soepel door de crux in De 8 a 14. Daarna volgt een lastige passage van een kleine, gladde tufa naar drie aflopende grepen. Een tricky passage door de tegennatuurlijke handvolgorde. “Meteen de slechtste greep pakken! Daarna pas de goede“, coacht Richard. Toevallig pak ik net de goede greep vast, want een handwissel is hier geen optie. Daarna een goede rust en snel over redelijke randen naar de eindgreep, een verstopte zijgreep ter hoogte van de ketting. Yes! Dit succes op de eerste klimdag zorgt voor een instant ego boost. Wel nodig als je met vijf klimgoden op pad bent.
Rodellar
Spoedcursus clip stick door Richard (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Dominique in De bien nacidos (foto: Denise van der Veeke)
Verschil mag er zijn
Ivo klimt een aantal dagen later ook De 8 a 14, zijn eerste 7a op rots. De nabeschouwing in de Kalandraka: “Een paar weken meer buiten klimervaring en hij streeft ons allemaal voorbij.” Ivo: “Dat klippen van setjes is toch wel zwaar.” Bart en Richard wagen zich – succesvol – aan de 7a+-en die deze sector te bieden heeft. De krachtverschillen worden nu zichtbaar. Bart klimt Pequeno Pablo, met wat aanwijzingen van Richard, in de eerste poging gemakkelijk uit en verzucht “Dat was een mooi routeke.”

 

Rodellar
Ivo in De 8 a 14 (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Safety first! Bart in Pequeno Pablo (foto: Denise van der Veeke)
Las Ventanas
Een must do in Rodellar is een wandeling naar sector El Delfín. Een beschrijving van dit natuurwonder schiet per definitie te kort. En foto’s kunnen niet vatten hoé indrukwekkend deze rotsformatie is en hoe nietig je je voelt als je eronder staat. Richard en Bart maken een jaar geleden kennis met de klassieke lijn El Delfín (7c+) op het gelijknamige rotsmassief. Bart droomt sindsdien van dolfijnen en hoopt dit jaar op revenge. “Ik geef mezelf 5% kans om ‘m uit te klimmen”. Dat is al 5% meer dan de meeste stervelingen…
Rodellar
El Delfín, een wonder (foto: Ivo de Klerk)
Rodellar
Bart in El Delfín (foto: Ivo de Klerk)
Rodellar
Vis a Vis (foto: Ivo de Klerk)
Op de tribune
We maken de spieren los in Vis a Vis (7a) in de aangrenzende sector Las Ventanas. Terwijl Bart zijn eerste passen maakt in El Delfín stroomt de tribune vol met Scandinaviërs, Spanjaarden, Canadezen en Amerikanen die toekijken terwijl hij de passen uitwerkt. Een lokale klimmer coacht hem vanaf de zijlijn door de crux (of één van de vele cruxen?) heen en Bart topt de route voor de eerste keer. De sfeer aan de rots is typerend voor Rodellar: wat je ook klimt, mensen zijn respectvol en hulpvaardig.
Rodellar
Richard in Vis a Vis (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Richard in El Delfín (foto: Ivo de Klerk)
Ziedend
Terwijl ik in de ziedende hitte het steile grindpad naar de dolfijn trotseer zijn Domi en Hans wijzer. Ze starten op in de laaggelegen sector La Fuente, dat de koelte van de rivier combineert met uitdagende, technische routes rond 6a / 6b. Routes die verrassend lastig zijn, niet in de minste plaats door de glimmende voettreden. Terwijl de canyoneers in neopreenpakken passeren.
Rodellar
Vamos a La Fuente
Rodellar
Hans in La Fuente (foto: Denise van der Veeke)
Tutu
Spanjaarden maken veel kabaal. Maar ons Vlaams-Nederlands zooitje ongeregeld ook. Theme song of the week Met Romana op de scooter zorgt ervoor dat zelfs ik met tranen in de ogen door het gras rol. Zo geconcentreerd en serieus als de klimdagen verlopen, zo uitgelaten zijn de avonden. Dat leert een groepje uitgelaten Spanjaarden dat een vrijgezellenfeest viert op camping Mascún. Terwijl de bruidegom in tutu wordt gehesen galmt Rammstein hard uit de Spaanse mini-speaker. Wij zijn niet onder de indruk. Do you want to try the best beer of Belgium?” Hans verwelkomt zijn nieuwe buren met een frisgekoeld flesje blauwe Chimay. Om even later tevreden met een dure fles Rioja in zijn campingstoel neer te strijken. “Dat is nog eens een goede ruil.”
Rodellar
De Ruil (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Op weg in Pequeno Pablo (foto: Ivo de Klerk)
Starstruck?
Op een mooie dag passeert een tweetal Spanjaarden. Op Crocs, het kenmerkende schoeisel van Rodellar waarmee elke rivier gemakkelijk wordt overgestoken. Weer sta ik oog in oog met rockstar Dani Andrada. Nu krijg ik wél een hoorbare Hóla over mijn lippen en kijk hem vriendelijk aan. Starstruck ben ik niet meer. Ik heb mijn eigen klimgoden.
Rodellar
Ivo, Bart, Dominique, Richard en Hans aka de Klimgoden
 Mijn top 5 routes in Rodellar
  1. De 8 a 14 (7a), Egocentrismo
  2. El Delfín (7c+), El Delfín
  3. Vis a Vis (7a), Las Ventanas
  4. Naamloos 6b, El Delfín
  5. Pequeno Pablo (7a+), Egocentrismo  

Hangende huizen en old-school klimmen in Cuenca

Zo’n drie jaar geleden maak ik kennis met Cuenca, de prachtige stad met UNESCO-status, overweldigend groene valleien en bikkelharde routes in de Spaanse regio Castilla-La Mancha.

Old-school

Cuenca is een old-school klimgebied: harde gradaties en Spaanse haakafstanden waar niet iedereen tegenop is gewassen. Je gaat vanzelf aan je skills twijfelen. Maar na tweeënhalve maand onbeperkt klimmen voel ik me nu sterk genoeg. Mijn doel in Cuenca – naast de toerist uithangen – is revenge nemen op Hare Gaina (7a). Drie jaar geleden kon ik alle passen, op één na. De sprong in deze licht overhangende route heeft me lang achtervolgd. Ik heb gezocht naar een mogelijkheid om de pas te omzeilen. Alles om maar niet te hoeven springen.

Cuenca
De Huécar gorge scheidt de oude van de nieuwe stad
Cuenca
Waar Cuenca beroemd om is: hangende huizen
Loopje

Op een mooie zondagmorgen leggen we ons touw netjes onder de route in sector El Camino. “Heerlijk rustig voor Cuenca-begrippen vind je niet?” Het staat me nog vers in het geheugen hoé verschrikkelijk druk het hier is als de Madrilenen massaal hun klimweekend vieren. Even later valt me op dat naast het pad  wel heel veel afvalzakken hangen. “Vreemd, zo midden in een natuurgebied”.  Richard warmt op in de route. Terwijl ik me concentreer op het zekeren klinkt ineens luide muziek. Honderden hardlopers passeren in wat lijkt op een ik-loop-voor-een-goed-doel tenue. “Buenas días!” Ik kan nog net het touw veilig aan de kant leggen om Hola terug te roepen.

Cuenca
Hekkensluiters bij sector El Camino
Rupsje(s) nooitgenoeg

De hardlopers struikelen gelukkig niet over ons touw. Even later til ik snel mijn voet op om een schattige rups van een wisse dood te redden. “Wat ligt daar nou op de touwzak?” Nadere inspectie wijst uit: rupsen. Veel rupsen! In onze onschuld leiden we de ruim honderd kruipertjes tactisch om ons touw heen. Zonder aan te raken, want anders beschadigen we ze misschien. ‘s Avonds mail ik mijn vader trots de foto’s van de rupsencolonne. Snel volgt de link naar de processierups op Wiki. Oeps, maar goed dat we de ‘lieve beestjes’ niet hebben aangeraakt…

Cuenca
Rupsje(s) nooitgenoeg, of nooitgenoeg rupsjes?
Gestrand

Van de schrik bekomen doe ik een verse poging in Hare Gaina. Déjà-vu. Ik strand net als drie jaar geleden op precies hetzelfde punt. “Hopeloos!” Richard is ervan overtuigd dat ik sterker ben dan toen. Ik twijfel. Een crux waarbij ik moet springen is écht een brug (sprong?) te ver. Dan maar met verstand op nul. “Hebbes!” De eerste horde is overwonnen, om in hardlooptermen te spreken, maar daarna volgt nog zo’n 15 meter aan technische passen op afgeklommen treden. Ik krijg er de bibbers van. Ik klamp me wanhopig vast aan de lichtgrijze rots en ga bijna de mist in bij de laatste pas. Maar daarna: victorie!

Artificieel

Ook old-school in Cuenca: sommige grepen zijn artificieel, dus gehakt of geboord in de rots. Normaliter lopen we met een grote boog om zo’n route heen, maar voor Woody (7a+) maken we een uitzondering. Richard laat deze knalharde route drie jaar geleden achter als unfinished business. Hij wandelt nu gemakkelijk door de krachtige passages. Aflopende grepen, ondiepe gaatjes en slopers. Ik ben ervan overtuigd dat Woody binnen zijn bereik ligt. Richard zweert van niet als bij de laatste meter van de route aankomt. “Het is niet dat er na drie ineens wél goede grepen zitten.” Streep onder Woody en op naar een nieuwe uitdaging. Het zoeken van het dichtstbijzijnde terras.

Cuenca
Girl power in Conculín (6b)
Tranquillo

Officieel hoort deze sprookjesachtige vallei niet bij Cuenca, maar met een rit van amper 30 minuten is Valeria een must do. Geelgrijze torens van kalk verdelen de vallei in tweeën: de westkant is voor klimmers, de oostkant voor roofvogels. Zoals het hoort. Valeria is in alle opzichten de tegenpool van Cuenca: de routes zijn mild maar fair gewaardeerd, de haken overvloedig aanwezig en de sfeer tranquillo.

Valeria, Cuenca
Vale gieren domineren de oostelijke vallei
Snack time

We klimmen een aantal technische zesdegraads routes in sector Chopera Sur en  Huerto de Mencho en ploffen neer op het picknickveldje naast het massief. In goed gezelschap van tientallen cirkelende vale gieren. “Ze hopen vast op een sappig hapje klimmer.” Zoveel geluk hebben ze niet.

Mijn top 5 routes in Cuenca
  1. Hare Gaina (7a), El Camino
  2. Euforia (7a), Alfar
  3. Al tran tran (6c+), Alfar
  4. Magnificat (6a+), Huerto de Mencho (Valeria)
  5. Bailarinas finas (6b+), El Camino

Chulilla: van vergeten vallei naar hotspot

Het moet een vreemde gewaarwording zijn geweest in het anders zo rustige Chulilla; stoere, langharige mannen in multicolour spandex die de moeilijkste rotsen trotseren.

Uit de mode

Chulilla ligt verscholen in de Valenciaanse bergen en wordt zo’n 22 jaar geleden ontdekt door een groepje fanatieke klimmers, waaronder Pedro Pons. De jongeren uit het dorp raken snel besmet met het klimvirus en zo ontstaat in de jaren ’90 een fanatieke klimmers scene. Begin 2000 raakt Chulilla weer even uit de mode. Tot Pons in 2006 in Las paredes del pantano de mogelijkheid ziet voor het openen van nieuwe, nóg langere routes.

Hoog gegrepen

Chulilla is een bestemming waar je niet 1 2 3 aan denkt bij het plannen van een klimtrip. Een vriendelijk koppel uit Valencia prijst in 2015 hun thuisgebied enthousiast aan. “Het is een prachtige, groene vallei met technische routes vanaf 35 meter. Perfect als je 7b of hoger klimt.” Oh, dat is wel érg hoog gegrepen. “Maar je kunt er ook prachtig wandelen over hangbruggen in Los Calderones en stappen in Valencia.” Nou goed dan, ik ben om! We checken begin mei in bij La Muela en sjouwen onze klimtassen, (mijn) grote kledingtassen en je-kunt-maar-wat-in-huis-hebben boodschappen de derde etage op. Het uitzicht: klimwanden zover het oog reikt!

La Muela Chulilla
Room with a view in Chulilla
Chulilla = hotspot

Onze eerste klimdag kiezen we voor sector Pared blanca op enkele minuten rijden van Chulilla. Het is rustig op de parkeerplaats. Heel rustig. Waar zijn alle klimmertjes gebleven? In Catalonië kon je over de koppen lopen.  Dan valt het muntje: Chulilla is heet nu. Heet! Ik ben in mijn enthousiasme vergeten dat het een typische winterbestemming is. Een ware hotspot. De routes liggen te bakken in de zon, behalve de sector die Pedro Pons bij het openen van routes als kers op de taart bewaarde. Fjoe. In sector Monte de venus speuren we de wand af op zoek naar een ‘gemakkelijke’ route: Periclónica (7a). We wagen het erop.

Sector Monte de Venus, Chulilla
Richard in Periclónica (7a)
Periclónica

In tegenstelling tot de stijl van Margalef – spierballenwerk op voornamelijk gaatjes – kan nu het technische voetenwerk onder het stof vandaan. De eerste meters van de route: keihard boulderwerk op kleine randjes en zijgrepen. De crux van Periclónica bevindt zich bij het derde setje. Staan op niets, hand ‘vastgeplakt’ op nog minder, een voorzichtige pas opzij en dan Poef! naar een aflopende greep. Richard gelooft het wel en hangt het derde setje in met de clipstick om daarna veilig verder te klimmen. De rest van de route is onbeschrijflijk mooi. Elke passage een nieuwe verrassing: subtiele randjes, kruispassen, dynamiek, aflopende grepen, balanspassen en een onverwachte finale met atletisch tufaklimmen! Richard klimt Periclónica, nadat hij de crux heeft doorgrond, vlotjes uit.

Monte de Venus, Chulilla
Focus
Een beetje dom

Mijn lengte zorgt voor een kleine extra handicap. Na zo’n tien keer proberen, zuchten en poffen lukt het me om de crux te klimmen. De rest van de route is gemakkelijk, dus ik klim zelfverzekerd door. Tot zo’n 5 meter  voor de ketting: kleine scherpe randjes en kleine aflopende voetreden. Oeps, waar zat die volgende greep ook alweer? Ik houd zo lang mogelijk vast, maar de verzuring slaat genadeloos toe. “Dom hé, hier eruit vallen?” Richard kan het alleen maar beamen… Les geleerd: onderschat nooit een route en bekijk bij het uitwerken óók de gemakkelijke passages… De volgende dag klim ik Periclónica uit evenals de naastgelegen route Brazo corto, bolsillo largo (7a).

Periclónica (7a), sector Monte de Venus Chulilla
Uitwerken = resultaat
Bungelende ham

Moe en tevreden genieten we van een wijntje op ons dakterras. In mijn mailbox wacht een uitnodiging van Enrique, eigenaar van La Muela, voor La Enramá. Dit dorpsfeest vindt jaarlijks de eerste zaterdag van mei plaats en draait om tradities. Jongens en meisjes rijden in klederdracht door de nauwe straten van Chulilla. De jongens hangen ‘s avonds – als teken van liefde – een tak aan het balkon van hun dames. Het meest spectaculaire onderdeel: El Pollo. Deelnemers vormen menselijke torens om als eerste een 6 meter hoog bungelende ham aan te raken. Zonder valmatten, het blijft Spanje. Een oudere meneer vertelt ons glunderend dat zijn kleindochter meedoet. En wanneer het feest klaar is: “Finito”.

Mijn top 5 routes in Chulilla
  1. Brazo corto, bolsillo largo (7a), Monte de Venus
  2. Periclónica (7a), Monte de Venus
  3. Pasajeros del silencio (6c+), Oasis
  4. Magnetoresistencia gigante (6b+), Oasis
  5. Los animáculos de la placa (7b = Richard’s project), Oasis

Starstruck in Spanje: van Dani Andrada tot Tom Bolger

Een lange klimtrip in het voorjaar is de beste beslissing ooit! Perfecte condities en de kans om topklimmers uit alle windstreken in actie te zien. En dan sta je oog in oog met Dani Andrada…

Brug te ver

Op een mooie zonnige dag rijden we naar sector Can Codolar in Siurana. Het doel: Bindelef (7a+) uitpuzzelen. Richard klimt deze 35 meter lange verticale route een aantal dagen eerder en vindt dat ik er serieus werk van moet maken. “Je kunt alle passen“. Ik ben (heel) sceptisch en blijf hameren dat dit écht een brug te ver is. De passen maken is één, maar 35 meter technische foefjes volhouden is twee.

Ochtendhumeur

Bindelef is één van de meest populaire routes in Siurana. Ik zet de wekker lekker vroeg om als eerste bij de sector aan te komen. Slaapzand en een vertrouwd ochtendhumeur zorgen voor een waardeloze eerste poging. Van boulderstart op kleine randjes, krachtpassen, subtiele traverse tot relatief gemakkelijk uitklim: elke passage klim ik met veel gepiep, geklaag en talloze bloks. De middenpassage over een scheur sla ik helemaal over. Zelfs Richard gooit de handdoek bijna in de ring. Het is vast pijnlijk om te zien hoe slécht ik de route uitpuzzel. “Ik ben een diesel! Geef me wat tijd“, wetend dat dit waarschijnlijk op een teleurstelling gaat uitlopen.

Siurana
De Diesel
Ready for take-off

Zoals altijd neem ik de tijd om mezelf te herpakken. Banaan. Mueslireep. Slokje water. En gaan! Mijn humeur is inmiddels ontdooid en mijn spieren soepel. De eerste sectie klim ik vlot. Daarna de technische passen over een crack. Die gaan ook goed. De crux – een verre pas van een piepklein ondergreepje naar een zijgreep – moet nog komen. Ik voel me op dit punt opvallend ‘vers’ en in mijn hoofd speelt al een overwinningsdeuntje.

Adem

Maar als ik de pas probeer ben ik ineens de voetvolgorde kwijt. “Waar zitten die #*#** treetjes?”  Bang om eruit te vallen klim ik een meter terug naar de laatste grote greep. Moet je niet doen. Nogmaals de pas. Weer hetzelfde. Ik neem een diepe teug adem en mijn geheugen komt gelukkig terug: daar moet die voet! De crux is gelukt, maar ik heb zoveel energie verspild dat de verzuring toeslaat. Ik verpest het bijna in de gemakkelijke passen die volgen; linkerhand in plaats van rechterhand, gevolgd door een handwissel. Op het nippertje bereik ik de gemakkelijke finish en klim ik Bindelef!

Bloc del Pork
Doorbijten!
Frozen

Deze dag (week, jaar?) kan niet meer stuk. Moe, voldaan, euforisch lopen we naar de auto. Een dag later laat ik mijn ouders, die kennismaken met het aparte leven van een klimmer, Bindelef zien. Twee seconden later loopt een Spanjaard – moe, zuchtend, magnesium nog op zijn gezicht – naar zijn auto. En dan sta je naast Dani Andradi. Ik krijg geen Ola over mijn lippen. Richard ziet hoe moe Andrada is en bekijkt dit unieke tafereel van een afstand.  Andrada zelf is blij als hij zijn touw in zijn oude Corsa’tje gooit en kan neerploffen. “Dat is Andrada“, fluister ik. Mijn moeder: “Wie?” “Eén van de beste klimmers ter wereld. Zeg maar gerust de George Clooney van Catalonië.” Vader: “Zal ik een foto van hem maken en een handtekening vragen?” “Nee, doe maar niet. Hij is vast moe van het klimmen.” Zo sta je oog in oog met je idool en bevries je.

Chachi qui Chapi, Margalef
Pief Paf Poef in Chachi qui Chapi (7a), Margalef (foto: Ben van der Veeke)
Onderdompeling

Bij een onderdompeling in het klimleven hoort ook zelf klimmen. We rijden naar Bloc del Pork in Margalef. Mijn vader toont solide voetwerk, terwijl mijn moeder zich ontpopt tot enthousiast klimfilmmaker. Op 100 meter afstand zien en horen we klimmers in sector Racó de la Finestra, waar de afgelopen weken de nodige 9a’s sneuvelden.

Margalef
Racó de la Finestra (foto: Marian Ros-van der Veeke)
Margalef
6a+ op Bloc del Pork (foto: Ben van der Veeke)
Margalef
Bloc del Pork = hoger dan je denkt (foto: Ben van der Veeke)
Niet genetisch

Richard en  mijn vader besluiten een kijkje te nemen: “Zo’n overhangend dak heb je nog nooit gezien!” Mijn vader, getalenteerde fotograaf, legt alle vlinders, bloemen, rotsen en mensen vast die hij tegenkomt.

Racó de la Finestra
Tom Bolger in project (9a?) (foto: Ben van der Veeke)

‘s Avonds lopen we door de foto’s heen en spotten we een wel héél bekende naam: Tom Bolger. Starstruck-ness zit duidelijk niet in de familie…

Revenge of the nerds: Odyssey Kalymnos

Met het euforische gevoel na project Kastor gaan we de laatste dagen Kalymnos in. Een dubbel gevoel: hoe kunnen we dit nog overtreffen?

In de rij voor DNA

De meeste restaurantjes en winkels zijn inmiddels geopend en de grote groepen klimmers stromen binnen. De dagen dat we alleen of met ‘bekenden’ – je komt dagelijks vertrouwde gezichten tegen – aan een rots stonden zijn definitief voorbij. Bewust nemen we afstand van de populaire sectoren Grande Grotta en Panorama, waar ondanks de tientallen beauties van routes elke gek toch in de rij staat voor DNA (7a). Misschien omdat de topo aangeeft dat deze route geen enkele techniek vereist? (;)

Oude liefde

Kalymnos telt talloze verschillende sectoren met haar eigen charme: verticaal, overhangend, scherp, afgeklommen, pockets, tufa’s, remote, drukbezocht, aan het strand of aan een weg. Nu de ‘druk’ om te presteren wat is afgenomen, besluiten we om een relatief gemakkelijk gebied te bezoeken: sector Odyssey. In eerdere jaren klom ik hier mijn allereerste 6c (Ciao Vecchio). En worstelde in een pumpy 6b+, Atena, waarbij ik steevast hyper verzuurd met mijn neus op de ketting losliet.

Odyssey Kalymnos
Sector Odyssey
Spiegelei

Een groep enthousiaste Britten houdt Atena bezet, dus we besluiten een andere lijn te klimmen: Calipso (6c+). “Is goed te doen, toch?”, mompel ik nonchalant terwijl Richard op zijn tandvlees de boulderachtige crux klimt. Zijn rechter middelvinger geklemd in een afgeklommen mono, linkerhand met twee vingers in een ondiep kuiltje. Zijn voeten staan op iets dat verdacht veel lijkt op een spiegelei. Daarna volgt een passage van bak naar bak – het lijkt verdorie wel een indoor klimwand – en op het eind moet hij alle kracht bijzetten om een verre maar goede greep te pakken. Richard klimt de route daarna easy peasy uit. Ik heb aanzienlijk meer moeite met het begin van de route, ondanks dat ik niet één maar twee-en-een-halve vinger in de begingreep krijg gepropt. Enkele zuchten, vloekjes en pogingen later klim ik de route uit.

Monsterlijk

Zodra de Britse klimhelmpjes Odyssey verlaten, hangt Richard snel een touw in Atena. Tijd voor de ultieme wraak. Dat valt tegen. De route is enorm glad geklommen en lastig te ontcijferen; grepen zitten verstopt en ik verzuur daardoor sneller dan verwacht. “Laat maar hoor. Niet de moeite.” Ik herpak mezelf na een half uur en een kingsize chocolade croissant en klim dit monsterlijke ding voor de eerste keer uit!

God van het enthousiasme

De combinatie van relatief gemakkelijke routes en een korte aanlooptijd bevalt zo goed, dat we ook de volgende dag naar Odyssey rijden. Het plan: Dionysos (7a), zoon van Zeus en de god van het enthousiasme. “Nou, die route is me dan op het lijf geschreven!” Op de heenweg passeren we een groep van (16!) Australiërs en zijn blij dat we als eerste bij de rots aankomen om meteen in de route te stappen.

Kansloos?

Dionysos bouwt prettig op: je start op een verticale wand met goede pockets en randjes. Daarna volgt een sectie met grote gaten en zijgrepen tot op een brede richel waar je ongegeneerd kunt zitten. En dat doe ik dan ook. Je bent een diva of je bent het niet. Daarna enkele krachtige boulderpassen gevolgd door een mild stuk over goede zijgrepen naar de grande finale. Weg grote grepen. Enige dat overblijft is een ver, vlijmscherp randje, een lastige voetwissel en de eindketting. Richard klimt Dionysos eenmaal opgewarmd eenvoudig uit.

Dionysos (7a)
Diva on the rocks

Ik heb veel tijd nodig om alle passen goed in mijn hoofd te prenten. Dat gaat moeizaam. Heel moeizaam. Ik hoor de Australiërs denken: kansloos. Daar kik ik echter op en stop daarna al mijn energie en enthousiasme in de ultieme poging. In de eindpassage vliegen mijn voetjes twee keer gecontroleerd los van de wand als een echte gangster. Vet! Apetrots.

Dionysos (7a)
Dionysos uitgezoomd: living on the ledge
Bromance

De laatste dag genieten we van de beste Griekse koffie bij Sofrano en eten we veel en lekker bij ons vaste adres, Manifesto. Als afsluiter een dikke Griekse knuffel van de eigenaar. Ook voor Richard. Zijn Bromance (of Gromance?) is ten einde. Next stop: Spanje!

Sofrano coffee
Griekse gastvrijheid bij Sofrano

 

To lead or not to lead: Kastor (7a)

Op 22 maart was ik jarig. Op Kalymnos. “Wat gaan we doen vandaag?”, vraag ik hoopvol aan Richard. “Iets heel leuks!” Enkele uren later overwin ik mijn grootste angst.

Voorklimmen is niet mijn hobby

Degenen die mij goed kennen weten: voorklimmen (lead climbing) is niet mijn hobby. Het verschil tussen een route naklimmen en voorklimmen is zo groot als het verschil tussen Wendy van Dijk en haar kandidaten in Obese. Er blokkeert iets tussen mijn oren waardoor ik routes waar ik anders fluitend doorheen wandel al piepend, zwoegend en hangend verpest. Tot een aantal jaren geleden kon ik het stemmetje in mijn hoofd (“niet vallen, niet vallen”) nog tot zwijgen brengen. Maar met de jaren lijkt de voorklimangst alleen maar te groeien en hangt Richard liefdevol een touw in moeilijke routes. Des te ironischer dat ik op mijn verjaardag besluit om mijn angsten te confronteren. De keuze voor de gelukkige winnaar is snel gemaakt: Kastor (7a), een prachtige, overhangende route met dynamische passen waarbij mijn recent verworven boulder skills goed van pas komen. Door Richard persoonlijk geïnspecteerd en goedgekeurd: “Super goed behaakt, kan niets gebeuren!”

Voorbarig enthousiasme

Dus… op mijn verjaardag stappen we na een frisse scooterrit vol goede moed in Kastor in sector Arhi. Voor het vertrouwen en om de spieren te laten wennen eerst naklimmend. Haalbaar, maar alleen als je er 100% voor gaat, bedenk ik me terwijl ik alle passen vers in mijn geheugen plant. Het doel is om alle passages aan elkaar te rijgen. En steeds verder te klimmen.

Loslaten!

Ik wacht een half uurtje en dan start het voorklimavontuur. Ik kom tot de eerste lastige passage – slechte voettreden en een half-natgeregende tufa – en maak de verre pas. Enkele momenten later, als ik het setje inklip, besef ik dat ik onbewust de pas heb gemaakt. Zonder angst om te vallen. “Gaaf hé!” Het enthousiasme blijkt iets te voorbarig: deze route is berucht om de lastige finale; het inklippen van de eindketting. Je staat niet geweldig op een kleine gladde tree en moet absolute rust bewaren om het touw in de ketting te hangen. En dat terwijl je onderarmen verzuurd raken en je naar zuurstof hapt. Ik doe vervolgens iets wat je niet moet doen: terug klimmen naar de vorige haak. Richard maant me streng aan om los te laten, maar dat is nu net het leuke aan voorklimangst: vallen is geen optie! Ik dúrf niet los te laten. Met zwaar verzuurde onderarmen en een geknakt ego besluit ik de handdoek in de ring te gooien. Welke gek doet zoiets op haar verjaardag?

Arhi Kalymnos
Mojo terugvinden in sector Arhi
Rust is het halve werk

We houden siësta aan de rots en genieten van de rust en het zonnetje. Totale ontspanning. Ik besluit nog een poging te wagen. Voordat ik het weet, ben ik bij een van de lastige passages halverwege de route; een soort boulder naar een gigantisch gat waar je middels een knee bar eindeloos kunt herstellen. Een aarzeling en ik laat los. Ja, los. De Val is een feit. Achteraf gezien stelt deze baby-val niets voor, maar ja, dat is achteraf. Ik klim de route uiteindelijk met één blok uit. Een net resultaat, gezien de progressie gedurende de dag. Supertrots scooteren we naar huis, uhm, ons hotel.

Kastor, sector Arhi
Het proces
Supersized

Ik vraag me al de hele dag af waar mijn cadeau blijft en maak me nu toch wel een beetje zorgen. (;) Ik bestel calamari. Tot mijn verbazing komt er geen inktvis maar een custom hamburger met alles erop en eraan. Richard heeft enkele dagen ervoor een pact gesloten met de kok en een on-Grieks menu in elkaar gezet, inclusief supersized homemade chocoladetaart. Bonuspunten, Richard! Tijdens het dessert kijken we terug op een unieke ervaring en besluiten: jij kunt Kastor voorklimmen, je moet ervoor gaan!

Mantra

Nog vol (letterlijk en figuurlijk) van de dag ervoor warm ik op in Kastor. Chocoladetaart zit zwaar in de weg. Elke pas gaat moeizaam. De knop moet nu om. “Als ik de route zo gemakkelijk na kan klimmen, dan moet het ook voorklimmend lukken”, klinkt als een soort mantra door mijn hoofd. Ik weet niet wat er daarna gebeurt, maar op de automatische piloot klim ik de route uit! Zonder aarzeling of angst. Vet!!! Na het klippen van de ketting dubbelcheck ik het bij Richard: “Ik heb ‘m echt geklommen hé?” Nogmaals excuus aan de aanwezige geiten en lokale bewoners voor de harde yell die daarna volgt…

Aerodynamica

De dag erna nemen we een welverdiende rustdag en gaan we voor een nieuwe haircut naar Pothia. Richard klimt daarna de sterren van de hemel. Zijn project Aeolia extension (7a+) in sector Panorama blijkt na dik twee weken zonneschijn nog steeds doorweekt. Uit armoede stapt Richard in de naastgelegen route Lulu in the sky (7a+) en klimt hem in de tweede poging. Mede mogelijk gemaakt door zijn aerodynamische kapsel?

 

Ghost kitchen: over geesten en gitaren

Twee weken op Kalymnos: het voelt als twee maanden. Positief bedoeld dan he. De rust en harmonie op dit kleine eilandje zijn ongeëvenaard.

Ghost kitchen

Inmiddels een prachtige scooter rijker laten we de populaire sectoren Grande Grotta en Panorama achter ons. We belanden bij een old time favorite: sector Ghost kitchen. Een korte steile wandeling langs bijenkorven (jykes!) leidt tot een indrukwekkende grot vol met tufa’s en ‘mushrooms’ waar je op en aan kunt hangen, of zelfs op zitten. Links en rechts naast de grot bevinden zich de gemakkelijke routes op voornamelijk hellende rots. Plaat is niet mijn vriend. Dus kiezen we Dafni (6c+), een overhangende spierballenroute.

The Cow song

Net als ik goed en wel de eerste passen maak in de route, klinkt gelach en gezang vanaf het pad naar boven en een geluid dat verdacht veel lijkt op … een radio. Crisis, ik kom hier voor mijn rust! Ik kom hangend en wurgend boven in Dafni en semi-geïrriteerd kijk ik wie hier dit kabaal veroorzaakt. Geen radio, maar wel een zingende, gitaarspelende Stefan Keiner, die enkele dagen ervoor zo prachtig zijn project Fun de Chichunne (8a) in Grande Grotta probeerde en Richard fanatiek door Trela (7a) schreeuwde. Stefan vermaakt de aanwezigen, voornamelijk Amerikanen, met een Duitse ballade over koeien. Ik klim deze dag geen route uit, maar wordt wel samen met Richard gefotografeerd in Remember Wadi Rum (6c). Spot de blije zekeraar op de foto (;). Topdag!

Remember Wadi Rum (photo credits Stefan Keiner & Sebastien)
Richard in Remember Wadi Rum (foto Stefan Keiner & Sebastien)
The Underclings

De volgende dag scooteren we naar sector Arhi, een bocht voor Ghost kitchen, met een even imposante grot. Nadeel is dat de routes relatief exposed liggen voor de Noordenwind, wat het moraal niet veel goed doet. “We zien wel”, spreekt Richard wijs uit. Zonder verwachtingen en relatief inspiratieloos warmen we op in een 5c, die opmerkelijk lastig blijkt voor dit niveau. De overhangende routes lonken. In 2016 klom ik de naastgelegen route The Underclings (7a) op Arhi. “Even testen of we nog in vorm zijn”, grap ik. De route is 40 meter lang, maar nergens super moeilijk. De kunst is netjes klimmen, volhouden en je rust bewaren. Zeker wanneer je op het eind zo’n drie meter over zij- en ondergrepen (vandaar de naam) naar rechts traverseert om vervolgens weer twee meter links naar de eindketting te klimmen. Gelukt! Apetrots.

The Underclings, sector Arhi
Onbekende klimmer in The Underclings
Vergeet je knie nie

Op dit soort momenten wil ik altijd even nagenieten. Toch niet niets, zo’n 7a. Richard heeft zijn oog echter al laten vallen op een andere oude bekende: Kastor (7a). Niet te vergelijken met The Underclings: bijna drie keer zo kort, twee keer zo overhangend en puur op power. Richard klimt moeiteloos naar boven. Daarna doe ik een poging maar haper bij elke pas. Mijn armen zijn leeg en daardoor lukt het me niet om de verre, dynamische bewegingen te maken. Na een flinke blok kom ik aan bij het kenmerkende deel van deze route: twee gigantische gaten waar de meesten snel voorbij klimmen. Ik prop traditiegetrouw mijn volle knie in het gat en kan daardoor beide armen laten rusten. De tweede poging klim ik de route uit. En geniet nog dagen na van deze prestaties.

Kalymnos rustdag: na zonneschijn komt regen

Na vier zonnige klimdagen op Kalymnos volgt een on-Grieks regenfront ons tot aan de rots. Tijd voor een rustdag, of twee!

Gammel

Persoonlijk heb ik het niet zo op rustdagen. Zonde van de kostbare tijd die je als fanatiek klimmer hebt. Een beetje hangen, boekje lezen, wandelingetje maken staan voor mij gelijk aan de grote Verveling. Toch heeft je lichaam dit nodig. Na een aantal dagen omhoog te zijn gestiefeld voelen mijn benen al redelijk gammel. En mijn schouders schreeuwen om een massage (jammer, die krijg ik niet (;) ). Ook merk ik dat na een aantal dagen mentaal, qua lef en motivatie, de scherpte eraf gaat.

WIFI en sponzen

En wat doe je op zo’n rustdag op Kalymnos? Juist ja: een beetje hangen, wandelen en lezen. En praise the lord voor de drie-streepjes-WIFI van ons hotel! Netflix snackt extra lekker weg als je moe bent. Richard houdt dit dagen, zo niet weken, vol. Maar na een paar uur word ik onrustig en trek ik er met mijn camera op uit. Al wandelend door Myrties ontdek ik weer toffe nieuwe plekjes, zoals het piepkleine kleurige haventje waar de lokale vissers aanmeren. Veel sponzen, waar Kalymnos wereldberoemd is, halen ze niet meer binnen. Later stuiten we op de Babis Bar in Myrties waar de meeste, vooral Amerikaanse, klimmers zich schuil houden. Ik bestel een kopje koffie maar het meubilair plakt zo dat ik mijn armen niet durf neer te leggen op de stoelleuning. Hoop voor de arme klimmertjes die hier verblijven dat hun appartement boven de bar schoner is…

Even zitten

Na twee dagen regen en rust breekt de zon weer door. Ik maak Richard he-le-maal gek door de wekker extra vroeg te zetten. Om vervolgens stuiterend op koffie en Griekse yoghurt naar sector Panorama te rennen. Richard warmt op in Aeolia (6c+), later wil hij gaan voor de extensie (7a+). Ik besluit Aeolia, die ik een aantal dagen hiervoor tot project heb gedoopt, nog een keer goed uit te werken. En dan later op de dag te gaan voor de ultieme poging. De start van de route, die vrij subtiel is, gaat soepel. De aanwijzingen van Richard helpen me gemakkelijk door de tricky traverse. Mijn vingers en spieren voelen warm aan dus ik besluit door te klimmen en maar te kijken waar het schip strandt. Na een meter 20 begint de route flink over te hangen en raken mijn armen verzuurd. Ik wil even zitten, denk ik nog. Op dat moment draai ik met mijn rug, per toeval, tegen de tufa aan en vind ik een no-hands rest. Dat geeft me voldoende tijd om uit te rusten. Hop! Getopt!

Rock stars

Richard klimt daarna heel steady zijn project. “Ziet er goed uit”, brul ik nog naar boven wanneer hij de moeilijkste passen klimt. Twee haken onder de eindketting blijkt de regen echter roet in het eten te hebben gegooid. De laatste meters van zijn route zijn spiegeltje glad. Balen. De rest van de dag vermaken we ons met een groepje Zwitsers die in felgekleurde latex leggings, dito haarband en hardrock T-shirts de sterren van de hemel klimmen.