Categorie archief: Griekenland

Leonidio, het kleine dorp met het grote klimmershart

In 2016 ontstaat er buzz rond een nieuw Grieks klimgebied: Leonidio. Het broertje van Kalymnos, zo wordt de verzameling van klimgebieden in de Griekse Peloponessos genoemd. Die vergelijking schept hoge verwachtingen. Te hoog?

Leonidio = alternatief voor winterdekbed

“Leonidio is een typische winterbestemming,” zo schrijven de meeste klimsites en -blogs. Mijn winterdekbed komt begin oktober al tevoorschijn, dus waarom wachten? Hop, naar het Griekse! Een vlucht naar Athene en een avontuurlijke autorit langs de Griekse kust brengt ons bij de vuurrode wanden van Leonidio. Het schilderachtige dorp wordt omringd door zuidelijk gelegen rotsen die de gehele dag in de zon liggen. Met een gemiddelde temperatuur van 25 graden geen optie voor deze zonmijdende klimmer. Beginnende klimmers zijn echter aangewezen, wat zeg ik, veroordeeld tot de zonnige sectoren als Rocspot, Orama, Hotrock en Théos Pillar. Dagelijks vermaak wordt als snel: Spot de gamba on the wall. Genietend van een wijntje op ons dakterras van Danesi House proberen we bakkende klimmers te spotten op de hete rode rots. “Yamas!”

Leonidio
Leonidio, omringd door red hot rocks
Relaxopoulos

Nu de zuidelijke wanden van onze to-do-list afvallen, blijven de schaduwrijke sectoren zoals Mars en Berliner Mauer over waar je respectievelijk vanaf 12:00 uur en 16:00 uur in de schaduw klimt. Een klimvakantie is hierdoor nog nooit zó lui geweest. Uitslapen, een uitgebreid ontbijt met verse Spanakopita, sterke espresso en oké dan, nog een aflevering West World.

Leonidio
Kleurrijk Leonidio
Volgegeten

Op een ochtend schrik ik wakker wanneer de voordeur klappert. Onze gastvrouw Maria heeft granaatappels en warme broodjes voor ons achtergelaten. Dit ritueel herhaalt zich nog een aantal keer, met granaatappels, citroenen en mandarijnen uit haar eigen tuin.  Volgegeten rijden we in onze gammele huur-Micra naar de klimgebieden om daar op het gemakje één of twee moeilijke routes te proberen. Rond zonsondergang rijden we terug naar Leonidio, dat voldoende opties biedt voor een relaxed ‘avondprogramma’. Het geijkte Pánjika is het centrale punt voor klimmers en biedt eten en veel informatie over het klimmen. Gezellig voor een drankje, maar van het hapje word ik niet enthousiast. De rest van de vakantie genieten we van de verse pasta’s en pizza’s in het knusse ‘En Leonidio‘ en de over the top lekkere (afhaal)gyros van de vele eetcafés.

Kaba
Dagelijkse boodschappen haal je bij Kaba
Fixed ropes

De valleien rondom Leonidio zijn adembenemend én ruig. Zo ook de approach naar de meeste sectoren: steil omhoog langs smalle grindpaadjes. “Goed dat mijn moeder dit niet weet“, wordt mijn nieuwe mantra. De topo waarschuwt bij sector Hada: “De routes zijn enkel via fixed ropes bereikbaar. Pas op, dit kan gevaarlijk zijn met kinderen en ongetrainde personen.” Nu ben ik geen kind  en ook niet ongetraind. Maar een leuke ervaring is het niet. We besluiten om zonder klimbagage op verkenning te gaan.

Leonidio
Behoedzaam via touwen naar de klimroutes – een beklimming op zich
Schuifelen

Een prachtige wandeling door een rivierbedding brengt ons na 20 minuten onder de imposante oranjerode wand van sector Hada. “Waar is dat fixed rope? “, vraag ik ongeduldig. Het blijken niet één maar twee fixed ropes. Behoedzaam schuifelen we één voor één naar boven via een touw naar een plateau op zo’n 5 meter hoogte. Daarna volgt het tweede touw over brokkelige rots naar de grot van Hada. Richard besluit bij het derde touw dat het genoeg is. “Als we hier langs willen, dan doen we dat veilig en gezekerd“. Wijs besluit.

Hada, Leonidio
Sector Hada: niet voor watjes
Inconsistent

Deze ervaring zet de toon voor de rest van de klimtrip. Zeer in tegenstelling tot, komt ie weer, Kalymnos, zijn de routes soms ruig en inconsistent behaakt. De eerste haak bevindt zich de ene keer op vier meter, de andere keer kun je vanaf de grond klippen. Je merkt duidelijk dat de sectoren door verschillende groepen klimmers zijn behaakt, met ieder hun eigen klimcultuur.  Zo hebben sommigen zich er wel héél gemakkelijk vanaf gemaakt met het ‘cleanen’ van de routes. Ook de rotskwaliteit is inconsistent en verschilt van bom proof, zoals in sector Elona, tot en met “helm op en bidden dat je boven komt“, zoals in sector Berliner Mauer. Niet verwonderlijk dat in een spiksplinternieuw gebied af en toe steentjes uitbreken. Er is immers voldoende traffic nodig om een route solide te krijgen. Maar persoonlijk had ik sommige sectoren helemaal niet behaakt vanwege de dubieuze rotskwaliteit…

Sector Elona
Geen zorgen mam, ik zit aan een touwtje
Knieverslinder

Op zo’n 20 minuten rijden van Leonidio, op 570 meter hoogte, ligt het Elona monastery. Een plaats waar Grieken kaarsen branden voor hun overleden dierbaren en op zondag de heilige mis volgen. Voor ons een plek om te genieten in tufa heaven. De range in routes loopt van 6c tot 8c+ en is daarmee één van rustige gebieden waar alleen de meest fanatieke sportklimmers komen. We besluiten één van de ‘gemakkelijke’ routes te klimmen: Kneebaropoulos (7a). “Grappige naam“, mompel ik naïef. Niet wetende dat de oranjegrijze overhang garant staat voor 25 meter kneebars, een techniek die ik voor Leonidio nog niet kende. De slimme klimmer komt voorbereid en neemt twee knee pads mee naar deze route. De naïeve klimmer stapt in Kneebaropolous met een korte broek en klemt net zo hard haar knieën achter de tufa’s. Met als resultaat: twee donkerpaarse bovenbenen met matching blauwe knietjes. Na een aantal pogingen lukt het Richard deze knieverslinder te bedwingen. Ik leg me neer bij een mooie toprope poging.

Elona, Leonidio
Kneebaropolous (7a)
Nice!

Richard zet vervolgens zijn zinnen op Diet Dope (7b), de donkerrode overhang die leidt van tufa naar tufa, randjes, verre zij- en ondergrepen. Twintig meter verzuring gegarandeerd. Richard klipt het eerste setje in wanneer twee Nederlanders argeloos de wand verkennen. “Dat is duidelijk een echte sportklimmer. Hangt relaxed in de wand. Wij boulderaars kunnen dat niet.” Ze blijven bewonderd kijken en wanneer Richard de ketting inklipt volgt een luidt applaus. “Nice!” Dat is zeker nice. Tof om op zo’n manier medelanders tegen te komen.

Diet Dope
Richard in Diet Dope (7b)
… Of niet te hoog?

Leonidio is een gebied dat tijd nodig heeft om te wennen. Na twee weken voelt het lieflijke dorp dankzij de vriendelijke locals en het rustige leeftempo als een tweede thuis. Daarentegen zijn de gebieden relatief klein en liggen ze versnipperd over verschillende valleien. Voor topprestaties op klimgebied, zoals ik die eerder in Margalef of Kalymnos behaalde, is Leonidio voor mij persoonlijk niet de plek. Nóg niet. Veel van het potentieel aan routes, zeker de routes vanaf 6c, is nog niet benut. Klimmers met een niveau tot 6b kunnen hier nu al hun hart ophalen. Ik gun het de hartelijke inwoners van Leonidio dat deze klimbestemming een vlucht neemt.

Revenge of the nerds: Odyssey Kalymnos

Met het euforische gevoel na project Kastor gaan we de laatste dagen Kalymnos in. Een dubbel gevoel: hoe kunnen we dit nog overtreffen?

In de rij voor DNA

De meeste restaurantjes en winkels zijn inmiddels geopend en de grote groepen klimmers stromen binnen. De dagen dat we alleen of met ‘bekenden’ – je komt dagelijks vertrouwde gezichten tegen – aan een rots stonden zijn definitief voorbij. Bewust nemen we afstand van de populaire sectoren Grande Grotta en Panorama, waar ondanks de tientallen beauties van routes elke gek toch in de rij staat voor DNA (7a). Misschien omdat de topo aangeeft dat deze route geen enkele techniek vereist? (;)

Oude liefde

Kalymnos telt talloze verschillende sectoren met haar eigen charme: verticaal, overhangend, scherp, afgeklommen, pockets, tufa’s, remote, drukbezocht, aan het strand of aan een weg. Nu de ‘druk’ om te presteren wat is afgenomen, besluiten we om een relatief gemakkelijk gebied te bezoeken: sector Odyssey. In eerdere jaren klom ik hier mijn allereerste 6c (Ciao Vecchio). En worstelde in een pumpy 6b+, Atena, waarbij ik steevast hyper verzuurd met mijn neus op de ketting losliet.

Odyssey Kalymnos
Sector Odyssey
Spiegelei

Een groep enthousiaste Britten houdt Atena bezet, dus we besluiten een andere lijn te klimmen: Calipso (6c+). “Is goed te doen, toch?”, mompel ik nonchalant terwijl Richard op zijn tandvlees de boulderachtige crux klimt. Zijn rechter middelvinger geklemd in een afgeklommen mono, linkerhand met twee vingers in een ondiep kuiltje. Zijn voeten staan op iets dat verdacht veel lijkt op een spiegelei. Daarna volgt een passage van bak naar bak – het lijkt verdorie wel een indoor klimwand – en op het eind moet hij alle kracht bijzetten om een verre maar goede greep te pakken. Richard klimt de route daarna easy peasy uit. Ik heb aanzienlijk meer moeite met het begin van de route, ondanks dat ik niet één maar twee-en-een-halve vinger in de begingreep krijg gepropt. Enkele zuchten, vloekjes en pogingen later klim ik de route uit.

Monsterlijk

Zodra de Britse klimhelmpjes Odyssey verlaten, hangt Richard snel een touw in Atena. Tijd voor de ultieme wraak. Dat valt tegen. De route is enorm glad geklommen en lastig te ontcijferen; grepen zitten verstopt en ik verzuur daardoor sneller dan verwacht. “Laat maar hoor. Niet de moeite.” Ik herpak mezelf na een half uur en een kingsize chocolade croissant en klim dit monsterlijke ding voor de eerste keer uit!

God van het enthousiasme

De combinatie van relatief gemakkelijke routes en een korte aanlooptijd bevalt zo goed, dat we ook de volgende dag naar Odyssey rijden. Het plan: Dionysos (7a), zoon van Zeus en de god van het enthousiasme. “Nou, die route is me dan op het lijf geschreven!” Op de heenweg passeren we een groep van (16!) Australiërs en zijn blij dat we als eerste bij de rots aankomen om meteen in de route te stappen.

Kansloos?

Dionysos bouwt prettig op: je start op een verticale wand met goede pockets en randjes. Daarna volgt een sectie met grote gaten en zijgrepen tot op een brede richel waar je ongegeneerd kunt zitten. En dat doe ik dan ook. Je bent een diva of je bent het niet. Daarna enkele krachtige boulderpassen gevolgd door een mild stuk over goede zijgrepen naar de grande finale. Weg grote grepen. Enige dat overblijft is een ver, vlijmscherp randje, een lastige voetwissel en de eindketting. Richard klimt Dionysos eenmaal opgewarmd eenvoudig uit.

Dionysos (7a)
Diva on the rocks

Ik heb veel tijd nodig om alle passen goed in mijn hoofd te prenten. Dat gaat moeizaam. Heel moeizaam. Ik hoor de Australiërs denken: kansloos. Daar kik ik echter op en stop daarna al mijn energie en enthousiasme in de ultieme poging. In de eindpassage vliegen mijn voetjes twee keer gecontroleerd los van de wand als een echte gangster. Vet! Apetrots.

Dionysos (7a)
Dionysos uitgezoomd: living on the ledge
Bromance

De laatste dag genieten we van de beste Griekse koffie bij Sofrano en eten we veel en lekker bij ons vaste adres, Manifesto. Als afsluiter een dikke Griekse knuffel van de eigenaar. Ook voor Richard. Zijn Bromance (of Gromance?) is ten einde. Next stop: Spanje!

Sofrano coffee
Griekse gastvrijheid bij Sofrano

 

To lead or not to lead: Kastor (7a)

Op 22 maart was ik jarig. Op Kalymnos. “Wat gaan we doen vandaag?”, vraag ik hoopvol aan Richard. “Iets heel leuks!” Enkele uren later overwin ik mijn grootste angst.

Voorklimmen is niet mijn hobby

Degenen die mij goed kennen weten: voorklimmen (lead climbing) is niet mijn hobby. Het verschil tussen een route naklimmen en voorklimmen is zo groot als het verschil tussen Wendy van Dijk en haar kandidaten in Obese. Er blokkeert iets tussen mijn oren waardoor ik routes waar ik anders fluitend doorheen wandel al piepend, zwoegend en hangend verpest. Tot een aantal jaren geleden kon ik het stemmetje in mijn hoofd (“niet vallen, niet vallen”) nog tot zwijgen brengen. Maar met de jaren lijkt de voorklimangst alleen maar te groeien en hangt Richard liefdevol een touw in moeilijke routes. Des te ironischer dat ik op mijn verjaardag besluit om mijn angsten te confronteren. De keuze voor de gelukkige winnaar is snel gemaakt: Kastor (7a), een prachtige, overhangende route met dynamische passen waarbij mijn recent verworven boulder skills goed van pas komen. Door Richard persoonlijk geïnspecteerd en goedgekeurd: “Super goed behaakt, kan niets gebeuren!”

Voorbarig enthousiasme

Dus… op mijn verjaardag stappen we na een frisse scooterrit vol goede moed in Kastor in sector Arhi. Voor het vertrouwen en om de spieren te laten wennen eerst naklimmend. Haalbaar, maar alleen als je er 100% voor gaat, bedenk ik me terwijl ik alle passen vers in mijn geheugen plant. Het doel is om alle passages aan elkaar te rijgen. En steeds verder te klimmen.

Loslaten!

Ik wacht een half uurtje en dan start het voorklimavontuur. Ik kom tot de eerste lastige passage – slechte voettreden en een half-natgeregende tufa – en maak de verre pas. Enkele momenten later, als ik het setje inklip, besef ik dat ik onbewust de pas heb gemaakt. Zonder angst om te vallen. “Gaaf hé!” Het enthousiasme blijkt iets te voorbarig: deze route is berucht om de lastige finale; het inklippen van de eindketting. Je staat niet geweldig op een kleine gladde tree en moet absolute rust bewaren om het touw in de ketting te hangen. En dat terwijl je onderarmen verzuurd raken en je naar zuurstof hapt. Ik doe vervolgens iets wat je niet moet doen: terug klimmen naar de vorige haak. Richard maant me streng aan om los te laten, maar dat is nu net het leuke aan voorklimangst: vallen is geen optie! Ik dúrf niet los te laten. Met zwaar verzuurde onderarmen en een geknakt ego besluit ik de handdoek in de ring te gooien. Welke gek doet zoiets op haar verjaardag?

Arhi Kalymnos
Mojo terugvinden in sector Arhi
Rust is het halve werk

We houden siësta aan de rots en genieten van de rust en het zonnetje. Totale ontspanning. Ik besluit nog een poging te wagen. Voordat ik het weet, ben ik bij een van de lastige passages halverwege de route; een soort boulder naar een gigantisch gat waar je middels een knee bar eindeloos kunt herstellen. Een aarzeling en ik laat los. Ja, los. De Val is een feit. Achteraf gezien stelt deze baby-val niets voor, maar ja, dat is achteraf. Ik klim de route uiteindelijk met één blok uit. Een net resultaat, gezien de progressie gedurende de dag. Supertrots scooteren we naar huis, uhm, ons hotel.

Kastor, sector Arhi
Het proces
Supersized

Ik vraag me al de hele dag af waar mijn cadeau blijft en maak me nu toch wel een beetje zorgen. (;) Ik bestel calamari. Tot mijn verbazing komt er geen inktvis maar een custom hamburger met alles erop en eraan. Richard heeft enkele dagen ervoor een pact gesloten met de kok en een on-Grieks menu in elkaar gezet, inclusief supersized homemade chocoladetaart. Bonuspunten, Richard! Tijdens het dessert kijken we terug op een unieke ervaring en besluiten: jij kunt Kastor voorklimmen, je moet ervoor gaan!

Mantra

Nog vol (letterlijk en figuurlijk) van de dag ervoor warm ik op in Kastor. Chocoladetaart zit zwaar in de weg. Elke pas gaat moeizaam. De knop moet nu om. “Als ik de route zo gemakkelijk na kan klimmen, dan moet het ook voorklimmend lukken”, klinkt als een soort mantra door mijn hoofd. Ik weet niet wat er daarna gebeurt, maar op de automatische piloot klim ik de route uit! Zonder aarzeling of angst. Vet!!! Na het klippen van de ketting dubbelcheck ik het bij Richard: “Ik heb ‘m echt geklommen hé?” Nogmaals excuus aan de aanwezige geiten en lokale bewoners voor de harde yell die daarna volgt…

Aerodynamica

De dag erna nemen we een welverdiende rustdag en gaan we voor een nieuwe haircut naar Pothia. Richard klimt daarna de sterren van de hemel. Zijn project Aeolia extension (7a+) in sector Panorama blijkt na dik twee weken zonneschijn nog steeds doorweekt. Uit armoede stapt Richard in de naastgelegen route Lulu in the sky (7a+) en klimt hem in de tweede poging. Mede mogelijk gemaakt door zijn aerodynamische kapsel?

 

Ghost kitchen: over geesten en gitaren

Twee weken op Kalymnos: het voelt als twee maanden. Positief bedoeld dan he. De rust en harmonie op dit kleine eilandje zijn ongeëvenaard.

Ghost kitchen

Inmiddels een prachtige scooter rijker laten we de populaire sectoren Grande Grotta en Panorama achter ons. We belanden bij een old time favorite: sector Ghost kitchen. Een korte steile wandeling langs bijenkorven (jykes!) leidt tot een indrukwekkende grot vol met tufa’s en ‘mushrooms’ waar je op en aan kunt hangen, of zelfs op zitten. Links en rechts naast de grot bevinden zich de gemakkelijke routes op voornamelijk hellende rots. Plaat is niet mijn vriend. Dus kiezen we Dafni (6c+), een overhangende spierballenroute.

The Cow song

Net als ik goed en wel de eerste passen maak in de route, klinkt gelach en gezang vanaf het pad naar boven en een geluid dat verdacht veel lijkt op … een radio. Crisis, ik kom hier voor mijn rust! Ik kom hangend en wurgend boven in Dafni en semi-geïrriteerd kijk ik wie hier dit kabaal veroorzaakt. Geen radio, maar wel een zingende, gitaarspelende Stefan Keiner, die enkele dagen ervoor zo prachtig zijn project Fun de Chichunne (8a) in Grande Grotta probeerde en Richard fanatiek door Trela (7a) schreeuwde. Stefan vermaakt de aanwezigen, voornamelijk Amerikanen, met een Duitse ballade over koeien. Ik klim deze dag geen route uit, maar wordt wel samen met Richard gefotografeerd in Remember Wadi Rum (6c). Spot de blije zekeraar op de foto (;). Topdag!

Remember Wadi Rum (photo credits Stefan Keiner & Sebastien)
Richard in Remember Wadi Rum (foto Stefan Keiner & Sebastien)
The Underclings

De volgende dag scooteren we naar sector Arhi, een bocht voor Ghost kitchen, met een even imposante grot. Nadeel is dat de routes relatief exposed liggen voor de Noordenwind, wat het moraal niet veel goed doet. “We zien wel”, spreekt Richard wijs uit. Zonder verwachtingen en relatief inspiratieloos warmen we op in een 5c, die opmerkelijk lastig blijkt voor dit niveau. De overhangende routes lonken. In 2016 klom ik de naastgelegen route The Underclings (7a) op Arhi. “Even testen of we nog in vorm zijn”, grap ik. De route is 40 meter lang, maar nergens super moeilijk. De kunst is netjes klimmen, volhouden en je rust bewaren. Zeker wanneer je op het eind zo’n drie meter over zij- en ondergrepen (vandaar de naam) naar rechts traverseert om vervolgens weer twee meter links naar de eindketting te klimmen. Gelukt! Apetrots.

The Underclings, sector Arhi
Onbekende klimmer in The Underclings
Vergeet je knie nie

Op dit soort momenten wil ik altijd even nagenieten. Toch niet niets, zo’n 7a. Richard heeft zijn oog echter al laten vallen op een andere oude bekende: Kastor (7a). Niet te vergelijken met The Underclings: bijna drie keer zo kort, twee keer zo overhangend en puur op power. Richard klimt moeiteloos naar boven. Daarna doe ik een poging maar haper bij elke pas. Mijn armen zijn leeg en daardoor lukt het me niet om de verre, dynamische bewegingen te maken. Na een flinke blok kom ik aan bij het kenmerkende deel van deze route: twee gigantische gaten waar de meesten snel voorbij klimmen. Ik prop traditiegetrouw mijn volle knie in het gat en kan daardoor beide armen laten rusten. De tweede poging klim ik de route uit. En geniet nog dagen na van deze prestaties.

Kalymnos rustdag: na zonneschijn komt regen

Na vier zonnige klimdagen op Kalymnos volgt een on-Grieks regenfront ons tot aan de rots. Tijd voor een rustdag, of twee!

Gammel

Persoonlijk heb ik het niet zo op rustdagen. Zonde van de kostbare tijd die je als fanatiek klimmer hebt. Een beetje hangen, boekje lezen, wandelingetje maken staan voor mij gelijk aan de grote Verveling. Toch heeft je lichaam dit nodig. Na een aantal dagen omhoog te zijn gestiefeld voelen mijn benen al redelijk gammel. En mijn schouders schreeuwen om een massage (jammer, die krijg ik niet (;) ). Ook merk ik dat na een aantal dagen mentaal, qua lef en motivatie, de scherpte eraf gaat.

WIFI en sponzen

En wat doe je op zo’n rustdag op Kalymnos? Juist ja: een beetje hangen, wandelen en lezen. En praise the lord voor de drie-streepjes-WIFI van ons hotel! Netflix snackt extra lekker weg als je moe bent. Richard houdt dit dagen, zo niet weken, vol. Maar na een paar uur word ik onrustig en trek ik er met mijn camera op uit. Al wandelend door Myrties ontdek ik weer toffe nieuwe plekjes, zoals het piepkleine kleurige haventje waar de lokale vissers aanmeren. Veel sponzen, waar Kalymnos wereldberoemd is, halen ze niet meer binnen. Later stuiten we op de Babis Bar in Myrties waar de meeste, vooral Amerikaanse, klimmers zich schuil houden. Ik bestel een kopje koffie maar het meubilair plakt zo dat ik mijn armen niet durf neer te leggen op de stoelleuning. Hoop voor de arme klimmertjes die hier verblijven dat hun appartement boven de bar schoner is…

Even zitten

Na twee dagen regen en rust breekt de zon weer door. Ik maak Richard he-le-maal gek door de wekker extra vroeg te zetten. Om vervolgens stuiterend op koffie en Griekse yoghurt naar sector Panorama te rennen. Richard warmt op in Aeolia (6c+), later wil hij gaan voor de extensie (7a+). Ik besluit Aeolia, die ik een aantal dagen hiervoor tot project heb gedoopt, nog een keer goed uit te werken. En dan later op de dag te gaan voor de ultieme poging. De start van de route, die vrij subtiel is, gaat soepel. De aanwijzingen van Richard helpen me gemakkelijk door de tricky traverse. Mijn vingers en spieren voelen warm aan dus ik besluit door te klimmen en maar te kijken waar het schip strandt. Na een meter 20 begint de route flink over te hangen en raken mijn armen verzuurd. Ik wil even zitten, denk ik nog. Op dat moment draai ik met mijn rug, per toeval, tegen de tufa aan en vind ik een no-hands rest. Dat geeft me voldoende tijd om uit te rusten. Hop! Getopt!

Rock stars

Richard klimt daarna heel steady zijn project. “Ziet er goed uit”, brul ik nog naar boven wanneer hij de moeilijkste passen klimt. Twee haken onder de eindketting blijkt de regen echter roet in het eten te hebben gegooid. De laatste meters van zijn route zijn spiegeltje glad. Balen. De rest van de dag vermaken we ons met een groepje Zwitsers die in felgekleurde latex leggings, dito haarband en hardrock T-shirts de sterren van de hemel klimmen.

 

 

Tufa Tango op Kalymnos

Eindelijk is het zover! Drie maanden onbeperkt klimmen, reizen en genieten zijn begonnen! Een lang gekoesterde wens die uitkomt. Met als eerste bestemming: tufaparadijs Kalymnos!

Spookstadje

De duizenden klimmers die Kalymnos jaarlijks aandoen zijn ver te zoeken op onze dag van aankomst – 4 maart. Hoewel het hoogseizoen van april tot eind oktober loopt hadden we het iets drukker verwacht. Nick van Apollonia Hotel in Massouri verzucht dat de slechte publiciteit rond de vluchtelingencrisis, die voornamelijk het nabijgelegen Kos trof, met vertraging ook het eilandje Kalymnos heeft bereikt. Bovendien hebben de kl**tzakken van Ryanair de meeste van hun directe charters naar Kos geschrapt en zie hier; de budgetklimmers blijven weg. Het anders zo bruisende Massouri lijkt nu een spookstadje. Maar eenmaal aan de rots spotten we hier en daar leven. Voornamelijk Amerikaanse klimmers die vier vliegtuigen, twee taxi’s en een veerboot overhadden om hier te zijn. En zeker niet de minste goden; hier en daar worden routes vanaf 8a ingetikt!

No-scooter

We besluiten de eerste week alleen de klimsectoren op loopafstand te bezoeken. Scheelt weer een week scooterhuur, zegt de Hollander in mij (;). Dag 1 wennen we aan het buitengebeuren in de toegankelijke sector Poets. Prachtige grijze compacte kalkwanden met kleine tufa’s vanaf niveau 5a/6a waar menig beginner zijn eerste ketting heeft geklipt. Het voelt voor mij nog niet comfortabel. De reis naar Kalymnos en de spanning van de laatste weken voorbereiding zitten in mijn lijf en ik worstel me door routes die ik normaliter ‘met mijn ogen dicht’ kan.

Grande Grotta Bootcamp

De volgende dag wandelen, uhm, bootcampen we naar Grande Grotta. Een half uur relatief stijl omhoog over een kronkelend pad. Mijn Fitbit zegt: heavy workout. Maar eenmaal boven gekomen is de inspanning snel vergeten. Grande Grotta blijft een imposant plaatje. Bij aankomst hangt een Amerikaans stel in een van de meest gefotografeerde routes van het eiland: Aegiais (7c). De pezige klimmer ‘danst’ van tufa naar tufa waarbij het bijna een tango lijkt te worden. Wij lopen door naar sector Panorama en warmen op in Carpe Diem (6b) en Panselinos (6b+). Toegankelijke maar extreem ‘pumpy’ routes die de zuurgraad in mijn armen tot ongekende hoogtes brengen. Wel voel ik me gelukkig al een stuk vertrouwder en sterker dan de eerste dag.

Lengtekaart in Cigarillo

De rookpauze van Richard brengt me op een idee voor mijn eerste project: Cigarillo (7a). Een gemakkelijk begin met goede randjes leidt naar een kleine grot waar je bij wijze van spreken een koffiebar verwacht – al zittend kun je genieten van een kleine coffee break. Daarna bouwt de route op in moeilijkheid waarbij je over afwisselend randen, pockets en tufa’s klimt. Appeltje, eitje, denk ik nog. Totdat ik 4 meter voor de finish de crux tegenkom. Alle structuur op de rotswand lijkt van het ene op het andere moment verdwenen te zijn. Een Grieks complot! Ik probeer deze puzzelpas op verschillende manieren op te lossen. Een keer lukt het me de volgende haak te bereiken, maar instant memory loss slaat toe. Hoe deed ik dit ook alweer? Ik trek niet graag de lengtekaart, maar het lijkt erop alsof ik te klein ben voor deze lastige passage. Richard heeft twee pogingen nodig om Cigarillo uit te klimmen. Ja, lengtevoordeel hé!

Spierballen en Spanakopita

De derde klimdag probeer ik Aeolia (6c+). Een route die we om onbekende redenen alle eerdere jaren op Kalymnos hebben genegeerd. De route start subtiel en technisch op een vlakke plaat. Jykes! Daar ben ik niet sterk in. Daarna een prachtige traverse over piepkleine treden van randje naar randje. Vervolgens begint het spierballengedeelte: beide armen aan een grote tufa en al ‘schoorstenend’ je weg naar boven werken. De uitklim van deze route is vooral een kwestie van volhouden: de grepen zijn groot, bijna kingsize, maar na 28 meter houdt het een keer op met mijn uithoudingsvermogen. Richard probeert daarna Aeolia extensie (7a+). Na twee pogingen houden we het beiden voor gezien: morgen weer een dag! Al genietend van de zee, mede-klimmers en een (flink) stuk Spanakopita, filodeegtaart gevuld met feta en spinazie, besef ik hoe mooi het leven is. Wordt vervolgd!

Top 5 Kalymnos

Zeven keer naar Kalymnos = zeven vette Griekse klimjaren. Tijd voor een ode aan het Griekse klimparadijs en zijn mooiste routes.

Cyclops
Cyclops Kalymnos
Cyclops (6c), sector Panorama

Naast de imposante Grande Grotta ligt sector Panoroma. De laatste jaren zo druk met ijverige klimmertjes dat ik de zonovergoten sector oversla. In de beginjaren van het Griekse eiland kon ik hier echter op mijn gemak in de imposante overhang van Cyclops (6c) werken. De route begint in een krachtige overhang waar je van ‘knol’ naar ‘knol’ (of tufa?) zwaait. Net als je denkt dat je biceps het begeeft en het zuurgehalte in je bloed de limiet bereikt, wacht op het eind nog een verrassing. Subtiele pasjes op kleine randjes. Drie pogingen en een flinke bak met Griekse yoghurt later is het mij gelukt. Deze route is een aanrader, al is het maar vanwege het fotogenieke karakter ervan.

Les Amazones
Amazones, Kalymnos
Les Amazones (6c), sector Spartacus

Voor het klimvirus toesloeg was ik een typisch paardenmeisje. De route Les Amazones (6c) op sector Spartacus sprak wat dat betreft erg aan… not! Het is niet de meest charmante klimroute om te zien. Toch is het vanwege de diversiteit aan bewegingen aan tufa’s een van mijn favorieten. De route dankt zijn naam aan de typerende pas waarbij je je al zittend ‘in het zadel’ een weg naar boven werkt. Eenmaal op de tufa dringt de werkelijkheid pas echt door: ik heb nog een lange, lange weg te gaan in deze dertig meter lange structuurloze wand. De route kan een aanslag zijn op je uithoudingsvermogen, tenzij je slim gebruikmaakt van de beschikbare tufa’s. Dus: pas na pas jezelf tussen de twee tufa’s ‘klemmen’.

Eros
Kastor, Kalymnos
Eros (7b+) sector Arhi

Kort en krachtig. Deze twee woorden typeren de route Eros (7b+). Wie denkt dat hij of zij deze 20 meter ‘wel even klimt’, heeft het mis. De passen in deze flink overhangende grot zijn boulderachtig zwaar en behoorlijk ruim. En zeker op een hete zomerdag glibberen je handen snel van de gladde tufa’s af. Dat betekent veelal dat je harder knijpt dan strikt noodzakelijk en dus sneller moe raakt. Eenmaal boven wacht nog een verrassing: de moeilijkheid zit ‘m in het klippen van de ketting. En dat is waar ik de afgelopen jaren consequent sneuvel. Richard klimt de route in de tweede poging. Voor mij is Eros te hoog gegrepen, maar tof genoeg om op mijn to-do lijst te houden.

 Adolf in the bay
Iannis Kalymnos
Adolf in the bay (6c+), sector Iannis

Mijn favoriete sector op Kalymnos is zonder twijfel Iannis. Een grijs-oranje grot met tufa’s, pockets en stalactieten. De uitzichten vanaf dit schaduwrijke ‘balkon’ zijn prachtig. Een van de populairste routes van de sector is Adolf in the bay (6c+). Zo populair dat ik in 2015 getuige ben van een ware cat fight tussen een Duitse en Italiaanse klimster die de route beiden op het oog hebben. Pas na tussenkomst van superrelaxte local Simon Montmory bedaren de gemoederen weer. Terug naar de route… Adolf in the bay slingert de eerste 15 meter over grote gaten en grepen. Krachtig, maar niet onmogelijk. De laatste meters traverseer je eerst naar rechts om – heel behoedzaam – over piepkleine randjes weer linksom naar de ketting te klimmen. Een kwestie van kalm blijven.

Remetzo
Sector Secret garden, klimmen Kalymnos
Secret garden, Kalymnos

Soms kom je een route tegen die er niet speciaal uitziet of aanvoelt. Toch is mijn laatste tip Remetzo (6c). Deze recht-toe-recht-aan spierballenroute bevindt zich op het linkergedeelte van sector Secret garden. Secret garden is al lang niet meer een geheim en juist een van de drukste sectoren op Kalymnos. De meesten komen hier voor de routes vanaf niveau 7a, waardoor de ‘gemakkelijke’ routes vergeten worden. Fijn voor mij, want daardoor heb ik alle tijd om Remetzo nog een keer te klimmen!

Praktische info Kalymnos:

 

 

 

 

Klimmen Athene: deukje in ego en ervaring rijker

Op 8a.nu verscheen in 2015 een artikel over klimmen in Athene. De nieuwe topo zou niet veel later uitkomen. Meteen besteld dus. Zon, zee, klimmen? Ja, graag!

Inside information

Begin september vertrekken we voor twee weken naar Athene. Hotels en appartementen in overvloed. Het grote aanbod duizelt me en ik twijfel over de handigste locatie. Op de gok stuur ik de auteurs van the Athens Climbing book een mailtje. Of ze misschien tips hebben. Dezelfde dag krijg ik 2 pagina’s vol inside informatie. Beste uitvalsbasis blijken de noordelijke wijken van Athene te zijn. Ver van de chaos van de oude binnenstad, met de beste klimgebieden op korte rij-afstand. We belanden in de wijk Anixi, dat een hoop oud-Griekse cultuur ademt. Nou ja, cultuur… Je kunt er goed eten en drinken, Dat is ook cultuur, toch? Wel bevindt zich op 10 km afstand het dorp Marathon – waar het allemaal begon ‘te lopen’ – en het meer van Marathon.

Hahas (6a+), sector Platosi
Deukje in ego

We beginnen de klimtrip in de sector Platosi, ten noordwesten van Athene. Een mooi, compact gebied met overhangende routes. We negeren het hekwerk dat de buurman als statement naast de rots heeft geplaatst. Ik klim met moeite een 6a+, wat confronterend is en tekenend voor mijn Athene-klimervaring. De gradering is aan de strenge kant. De eerste dagen loopt mijn ego een kleine deuk op.

Koelkast van marmer

Een perfecte plek voor hete zomerdagen is sector Damari. ”Vanaf 14:00 uur ligt dit gebied in de schaduw”, aldus de makers van de topo. Nou, oordeel zelf…. Zie jij schaduw op deze foto? Hoe dan ook, de voormalige marmergroeve is zo buitenaards mooi dat we ons beste zonnehoedje opzetten en een poging wagen. Ik verschuil me tijdens het zekeren in de schaduw van een reusachtig marmerblok dat niet zou misstaan als onderdeel van een nieuwe badkamer. Marmer is anders dan alle soorten rots die ik ooit heb beklommen. De vormen dwingen tot ongemakkelijke, gebalanceerde bewegingen op voornamelijk verticale wanden. Het witte oppervlak lijkt op het oog te glad – het blinkt letterlijk in de zon – maar biedt verrassend veel wrijving. We klimmen een paar mooie 6a’s, moeilijk zat in deze hete omstandigheden. Twee locals groeten ons even later als ze ”weer aan het werk gaan”. Ze gebruiken hun siësta om wat routes te klimmen. Some people have all the luck

Iperentasi (6a+), sector Damari
Sympligades/Poseidonas

We ontvluchten de hitte en bezoeken het nabijgelegen Sympligades/Poseidonas. Dat blijkt een voltreffer! Een ware koelkast. In tegenstelling tot het blinkende witte marmer van Damari is de rots hier donkerrood gekleurd. De wand hangt behoorlijk over. Meer mijn cup of tea! Wederom is de omgeving verlaten en hangt er een buitenaardse vibe. Gelukkig worden we gezelschap gehouden door wederom twee joviale lokals, waarvan een de founding father van het gebied blijkt te zijn. Zijn naam heb ik helaas niet onthouden. Wel het feit dat hij zijn klimschoenen vergat om vervolgens weer het steile pad omhoog te lopen. Ik klim Hristiana en Klio (6b+). Mijn ego ontdeukt gelukkig weer een beetje.

Keti (6a+), sector Sympligades
.
De grot van de grote Bok

De volgende dag gaan we naar Mavrosouvala, In the middle of nowhere. Volgens de topo ”een van de populairste gebieden voor het klimmen van moeilijke overhangende routes”. Geen klimmer te bekennen. Richard heeft zijn oog laten vallen op Enaerites (7a), een vet overhangende route in het midden van de indrukwekkende grot. Maar eerst moet er opgewarmd worden. Nog voor hij de kans krijgt om het eerste setje in te hangen, schrikken we van een geluid. Gerommel en gestommel. 25 meter boven ons staren drie paar ogen ons aan. ”Die geiten hadden geen touw nodig, haha”. Het klimmen van de 6b onder de geiten is geen optie. ”Dan maar meteen opwarmen in mijn project”. De volgende uitdaging staat ons al snel te wachten. De man of the house, ofwel de bok van de grot, staart ons van een afstandje aan. ”Wat doen jullie in Mijn grot?”, lijkt hij te zeggen. We zijn wel wat gewend aan de rots – koeien, geiten, honden, schapen, paarden, uilen, eekhoorns, hagedissen. Maar een agressieve Griekse bok… dat is toch echt iets anders. De bok oogt dik en sloom, maar staat 2 seconden later toch 5 meter hoger in de grot voor onze neuzen. ”Rustig blijven”, bibber ik nog. Het duurt een paar minuten voordat Meneer besluit dat we goed volk zijn. Richard klimt daarna snel zijn project uit.

Sector Mavrosouvala
Imposant dak: Enaerites (7a), sector Mavrosouvala
Klein maar fijn

De laatste dagen van onze vakantie besluiten we ”rustig aan te doen”. De spieren zijn moe van het worstelen in iets te moeilijke routes. De hoofden zijn leeg van het gespeur naar gebieden en het drukke verkeer. We ontdekken op de valreep een aantal toegankelijke gebieden met vooral zesdegraads routes (die ook echt zo aanvoelen). Ik klim Eksafanizal (6c) in sector EPOS Fylis en Halara (6b+), een boulderachtige route, in sector Mikri Varasova.  

Eksafanizal (6c), sector EPOS Fylis
Nog een keer?

Mijn verwachting afgaande op alle informatie was een soort ‘mini-Kalymnos’ aan te te treffen. Dat wil zeggen: overhangende routes in overvloed, mild maar fair gewaardeerd en alles op behapbare afstand van elkaar. Die verwachting wordt niet helemaal ingelost. Kalymnos en Athene hebben gemeen dat je uithoudingsvermogen wordt getest in overhangende wanden. Maar waar Kalymnos gemiddeld gezien ‘mild’ gewaardeerd is, zijn de routes in Athene aan de pittige kant. De dagen overheersen dat ik geen enkele route uitklim, ook niet ver onder mijn ‘normale’ kunnen. En in Athene heb je echt een auto nodig.

Daar staan tegenover de variatie in het soort routes, het geweldige klimaat en de altijd vriendelijke Grieken. Een bestemming die zeker de moeite is, als je bereid bent een beetje moeite te doen. Closing thought: geef wat euro’s uit aan de tolweg. Dat scheelt je een hoop tijd en verkeerstrauma’s!

Handige links:
Pentelli mountain
.