Over dolfijnen en klimgoden: reünie in Rodellar 

Eén van de minder leuke dingen van een lange klimtrip: heimwee. Niet naar het koude, bergloze Nederland. Wel naar mijn dierbaren. Daar hebben we een oplossing voor: een reünie in Rodellar!

Hooggespannen
Op een regenachtige donderdag verruilen we het schilderachtige Chulilla voor de ruige bergen van Rodellar in de provincie Aragón. De verwachtingen zijn hooggespannen. Na tweeënhalve maand zien we onze vrienden! De één heeft nog nauwelijks buiten geklommen, de ander komt met een specifieke route voor ogen. Maar ieder heeft één doel gemeen: genieten!
Rodellar, Aragón
Rodellar up close (foto: Richard van der Ploeg)
Re-integratie
Onze uitvalsbasis is Casa Julian, middenin het piepkleine dorpje Rodellar. De mannen strijken een dag eerder neer op camping Mascún op 200 meter loopafstand. Dichtbij genoeg om samen te zijn onder het genot van een hapje en drankje(s), maar voldoende afstand om als enige vrouw af en toe bij te komen van alle gezelligheid 😉. Dominique: “Zo kun je alvast wennen aan de drukte van de gewone maatschappij. Deze week wordt één grote re-integratie!”    
Rodellar
Hans en Richard, tranquillo on the rocks
Spierballen
Rodellar is een spierballengebied. De routes zijn extreem overhangend en pumpy. Zo ook mijn persoonlijke favoriet: De 8 a 14 (7a) in sector Egocentrismo. De route start met (hele) grote bakken en goede treden tot je bij het tweede setje een geniepige kruispas maakt op een klein randje. Een pas die ik zes jaar geleden keer op keer mis. Menig Spanjaard heeft gniffelend onder de rots gestaan, terwijl ik al piepend uit de route boven de afgrond vloog. Veilig bungelend aan een touw, uiteraard.
Sector Egocentrismo, Rodellar
De 8 a 14 (foto: Ivo de Klerk)
Ego boost
Zes jaar en veel oefenen later ‘wandel’ ik soepel door de crux in De 8 a 14. Daarna volgt een lastige passage van een kleine, gladde tufa naar drie aflopende grepen. Een tricky passage door de tegennatuurlijke handvolgorde. “Meteen de slechtste greep pakken! Daarna pas de goede“, coacht Richard. Toevallig pak ik net de goede greep vast, want een handwissel is hier geen optie. Daarna een goede rust en snel over redelijke randen naar de eindgreep, een verstopte zijgreep ter hoogte van de ketting. Yes! Dit succes op de eerste klimdag zorgt voor een instant ego boost. Wel nodig als je met vijf klimgoden op pad bent.
Rodellar
Spoedcursus clip stick door Richard (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Dominique in De bien nacidos (foto: Denise van der Veeke)
Verschil mag er zijn
Ivo klimt een aantal dagen later ook De 8 a 14, zijn eerste 7a op rots. De nabeschouwing in de Kalandraka: “Een paar weken meer buiten klimervaring en hij streeft ons allemaal voorbij.” Ivo: “Dat klippen van setjes is toch wel zwaar.” Bart en Richard wagen zich – succesvol – aan de 7a+-en die deze sector te bieden heeft. De krachtverschillen worden nu zichtbaar. Bart klimt Pequeno Pablo, met wat aanwijzingen van Richard, in de eerste poging gemakkelijk uit en verzucht “Dat was een mooi routeke.”

 

Rodellar
Ivo in De 8 a 14 (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Safety first! Bart in Pequeno Pablo (foto: Denise van der Veeke)
Las Ventanas
Een must do in Rodellar is een wandeling naar sector El Delfín. Een beschrijving van dit natuurwonder schiet per definitie te kort. En foto’s kunnen niet vatten hoé indrukwekkend deze rotsformatie is en hoe nietig je je voelt als je eronder staat. Richard en Bart maken een jaar geleden kennis met de klassieke lijn El Delfín (7c+) op het gelijknamige rotsmassief. Bart droomt sindsdien van dolfijnen en hoopt dit jaar op revenge. “Ik geef mezelf 5% kans om ‘m uit te klimmen”. Dat is al 5% meer dan de meeste stervelingen…
Rodellar
El Delfín, een wonder (foto: Ivo de Klerk)
Rodellar
Bart in El Delfín (foto: Ivo de Klerk)
Rodellar
Vis a Vis (foto: Ivo de Klerk)
Op de tribune
We maken de spieren los in Vis a Vis (7a) in de aangrenzende sector Las Ventanas. Terwijl Bart zijn eerste passen maakt in El Delfín stroomt de tribune vol met Scandinaviërs, Spanjaarden, Canadezen en Amerikanen die toekijken terwijl hij de passen uitwerkt. Een lokale klimmer coacht hem vanaf de zijlijn door de crux (of één van de vele cruxen?) heen en Bart topt de route voor de eerste keer. De sfeer aan de rots is typerend voor Rodellar: wat je ook klimt, mensen zijn respectvol en hulpvaardig.
Rodellar
Richard in Vis a Vis (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Richard in El Delfín (foto: Ivo de Klerk)
Ziedend
Terwijl ik in de ziedende hitte het steile grindpad naar de dolfijn trotseer zijn Domi en Hans wijzer. Ze starten op in de laaggelegen sector La Fuente, dat de koelte van de rivier combineert met uitdagende, technische routes rond 6a / 6b. Routes die verrassend lastig zijn, niet in de minste plaats door de glimmende voettreden. Terwijl de canyoneers in neopreenpakken passeren.
Rodellar
Vamos a La Fuente
Rodellar
Hans in La Fuente (foto: Denise van der Veeke)
Tutu
Spanjaarden maken veel kabaal. Maar ons Vlaams-Nederlands zooitje ongeregeld ook. Theme song of the week Met Romana op de scooter zorgt ervoor dat zelfs ik met tranen in de ogen door het gras rol. Zo geconcentreerd en serieus als de klimdagen verlopen, zo uitgelaten zijn de avonden. Dat leert een groepje uitgelaten Spanjaarden dat een vrijgezellenfeest viert op camping Mascún. Terwijl de bruidegom in tutu wordt gehesen galmt Rammstein hard uit de Spaanse mini-speaker. Wij zijn niet onder de indruk. Do you want to try the best beer of Belgium?” Hans verwelkomt zijn nieuwe buren met een frisgekoeld flesje blauwe Chimay. Om even later tevreden met een dure fles Rioja in zijn campingstoel neer te strijken. “Dat is nog eens een goede ruil.”
Rodellar
De Ruil (foto: Denise van der Veeke)
Rodellar
Op weg in Pequeno Pablo (foto: Ivo de Klerk)
Starstruck?
Op een mooie dag passeert een tweetal Spanjaarden. Op Crocs, het kenmerkende schoeisel van Rodellar waarmee elke rivier gemakkelijk wordt overgestoken. Weer sta ik oog in oog met rockstar Dani Andrada. Nu krijg ik wél een hoorbare Hóla over mijn lippen en kijk hem vriendelijk aan. Starstruck ben ik niet meer. Ik heb mijn eigen klimgoden.
Rodellar
Ivo, Bart, Dominique, Richard en Hans aka de Klimgoden
 Mijn top 5 routes in Rodellar
  1. De 8 a 14 (7a), Egocentrismo
  2. El Delfín (7c+), El Delfín
  3. Vis a Vis (7a), Las Ventanas
  4. Naamloos 6b, El Delfín
  5. Pequeno Pablo (7a+), Egocentrismo  

Hangende huizen en old-school klimmen in Cuenca

Zo’n drie jaar geleden maak ik kennis met Cuenca, de prachtige stad met UNESCO-status, overweldigend groene valleien en bikkelharde routes in de Spaanse regio Castilla-La Mancha.

Old-school

Cuenca is een old-school klimgebied: harde gradaties en Spaanse haakafstanden waar niet iedereen tegenop is gewassen. Je gaat vanzelf aan je skills twijfelen. Maar na tweeënhalve maand onbeperkt klimmen voel ik me nu sterk genoeg. Mijn doel in Cuenca – naast de toerist uithangen – is revenge nemen op Hare Gaina (7a). Drie jaar geleden kon ik alle passen, op één na. De sprong in deze licht overhangende route heeft me lang achtervolgd. Ik heb gezocht naar een mogelijkheid om de pas te omzeilen. Alles om maar niet te hoeven springen.

Cuenca
De Huécar gorge scheidt de oude van de nieuwe stad
Cuenca
Waar Cuenca beroemd om is: hangende huizen
Loopje

Op een mooie zondagmorgen leggen we ons touw netjes onder de route in sector El Camino. “Heerlijk rustig voor Cuenca-begrippen vind je niet?” Het staat me nog vers in het geheugen hoé verschrikkelijk druk het hier is als de Madrilenen massaal hun klimweekend vieren. Even later valt me op dat naast het pad  wel heel veel afvalzakken hangen. “Vreemd, zo midden in een natuurgebied”.  Richard warmt op in de route. Terwijl ik me concentreer op het zekeren klinkt ineens luide muziek. Honderden hardlopers passeren in wat lijkt op een ik-loop-voor-een-goed-doel tenue. “Buenas días!” Ik kan nog net het touw veilig aan de kant leggen om Hola terug te roepen.

Cuenca
Hekkensluiters bij sector El Camino
Rupsje(s) nooitgenoeg

De hardlopers struikelen gelukkig niet over ons touw. Even later til ik snel mijn voet op om een schattige rups van een wisse dood te redden. “Wat ligt daar nou op de touwzak?” Nadere inspectie wijst uit: rupsen. Veel rupsen! In onze onschuld leiden we de ruim honderd kruipertjes tactisch om ons touw heen. Zonder aan te raken, want anders beschadigen we ze misschien. ‘s Avonds mail ik mijn vader trots de foto’s van de rupsencolonne. Snel volgt de link naar de processierups op Wiki. Oeps, maar goed dat we de ‘lieve beestjes’ niet hebben aangeraakt…

Cuenca
Rupsje(s) nooitgenoeg, of nooitgenoeg rupsjes?
Gestrand

Van de schrik bekomen doe ik een verse poging in Hare Gaina. Déjà-vu. Ik strand net als drie jaar geleden op precies hetzelfde punt. “Hopeloos!” Richard is ervan overtuigd dat ik sterker ben dan toen. Ik twijfel. Een crux waarbij ik moet springen is écht een brug (sprong?) te ver. Dan maar met verstand op nul. “Hebbes!” De eerste horde is overwonnen, om in hardlooptermen te spreken, maar daarna volgt nog zo’n 15 meter aan technische passen op afgeklommen treden. Ik krijg er de bibbers van. Ik klamp me wanhopig vast aan de lichtgrijze rots en ga bijna de mist in bij de laatste pas. Maar daarna: victorie!

Artificieel

Ook old-school in Cuenca: sommige grepen zijn artificieel, dus gehakt of geboord in de rots. Normaliter lopen we met een grote boog om zo’n route heen, maar voor Woody (7a+) maken we een uitzondering. Richard laat deze knalharde route drie jaar geleden achter als unfinished business. Hij wandelt nu gemakkelijk door de krachtige passages. Aflopende grepen, ondiepe gaatjes en slopers. Ik ben ervan overtuigd dat Woody binnen zijn bereik ligt. Richard zweert van niet als bij de laatste meter van de route aankomt. “Het is niet dat er na drie ineens wél goede grepen zitten.” Streep onder Woody en op naar een nieuwe uitdaging. Het zoeken van het dichtstbijzijnde terras.

Cuenca
Girl power in Conculín (6b)
Tranquillo

Officieel hoort deze sprookjesachtige vallei niet bij Cuenca, maar met een rit van amper 30 minuten is Valeria een must do. Geelgrijze torens van kalk verdelen de vallei in tweeën: de westkant is voor klimmers, de oostkant voor roofvogels. Zoals het hoort. Valeria is in alle opzichten de tegenpool van Cuenca: de routes zijn mild maar fair gewaardeerd, de haken overvloedig aanwezig en de sfeer tranquillo.

Valeria, Cuenca
Vale gieren domineren de oostelijke vallei
Snack time

We klimmen een aantal technische zesdegraads routes in sector Chopera Sur en  Huerto de Mencho en ploffen neer op het picknickveldje naast het massief. In goed gezelschap van tientallen cirkelende vale gieren. “Ze hopen vast op een sappig hapje klimmer.” Zoveel geluk hebben ze niet.

Mijn top 5 routes in Cuenca
  1. Hare Gaina (7a), El Camino
  2. Euforia (7a), Alfar
  3. Al tran tran (6c+), Alfar
  4. Magnificat (6a+), Huerto de Mencho (Valeria)
  5. Bailarinas finas (6b+), El Camino

Zandstenen vleeseters in boulderparadijs Albarracín

Sinds de opening van Bruut Breda ben ik nóg een tikje verslaafder geraakt aan boulderen. Als je dan op steenworp afstand bent van boulderparadijs Albarracín kan een road trip natuurlijk niet uitblijven.

Middeleeuws mooi Albarracín

Een rit vanuit NL is zo’n 1700 km. Vanaf ons appartement in Cuenca rijden we nu in krap twee uur door de prachtige friás naar het Middeleeuwse stadje Albarracín. Ik raak de tel kwijt bij het aantal roofvogels dat we onderweg spotten. Onze uitvalsbasis voor het weekend is Casa el Rodeno aan de rand van Albarracín, dat zijn grillige vormen dankt aan de rivier Guadalaviar. De vuurrode zandstenen kasteelmuur torent hoog boven ons uit en vormt het sluitstuk van een pittige wandeling naar het hart van de stad, op zo’n 1200 meter boven de zeespiegel. De ‘architect’ van weleer heeft er een kluif aan gehad: geen straat is recht, geen huis waterpas.

Albarracín
De kasteelmuur torent uit boven Albarracín
Op de gok

We huren een crash pad bij de lokale klimwinkel Sofa Boulder en rijden enthousiast richting de bouldergebieden. Heel even overweeg ik een topo te kopen, maar de Hollander in mij vindt het ‘zonde’ om voor één weekend een compleet boekwerk aan te schaffen. Dus: op de gok het bos in, Spanjaarden met bouldermat achtervolgen en maar duimen een toffe boulder te vinden.

Albarracín crash pad
Mat op pootjes
Techos

De eerste dag lukt dit aardig en wandelen we van de centrale parkeerplaats in vijf minuten naar sector Entre Aguas. Direct is zichtbaar waar Albarracín berucht om is: grillige, knalrode blokken van zandsteen met gigantisch overhangende daken (‘techos‘). De boulders zijn niet hoog, gelukkig. In tegenstelling tot Fontainebleau lukt het na een geslaagde klim weer veilig en ‘waardig’ met de voetjes op de grond te landen. Regelmatig stond ik in de Franse bossen met tranen in mijn ogen op een blok van 5 meter om te roepen: “Laat me hier maar achter!” 

Pockets in Albarracín
Pockets op Bloc 1 (6a)
Schouder power

De blokken in Albarracín zijn genummerd en de meeste boulders hebben een naam. Tenminste, dat weet je als je de topo koopt. Wij zoeken achteraf de waardering van de boulders via de website van het gebied. De eerste die ik probeer is boulder 9 op Bloc 1. Een stevige instap met een foot hook, afblokken naar een aflopende greep om daarna nog een keer je voet te haken. Technisch geen hoogvlieger, maar mijn schouders zijn merkbaar niet meer aan dit soort maximale inspanning gewend na twee maanden lange routes klimmen…

Bloc 16 Albarracín
La abuela del Titanic (6a)

 

Vleeseter

Dag twee kammen we de bossen van Albarracín verder uit op zoek naar El Verano (8a). Niet om zelf te proberen, natuurlijk. Dit gigantische blok, beroemd om zijn gelijkenis met een varaan, wil ik met eigen ogen aanschouwen. “Kan niet missen“, zeg ik hoopvol terwijl ik bijna struikel over mijn crash pad. Twee uur verder: (heel) veel blokken gezien, maar geen grote vleeseter. Zelfs geen spoor van magnesium gevonden. De uitgestrektheid van dit magische gebied is overweldigend. Een vriendelijke Spanjaard ziet ons sukkelen en wijst de weg naar sector Tierra Media, die precies aan de andere kant van het gebied ligt. Het enige waar ik op dit moment aan denk: “Tapas met een wijntje“. Les geleerd. Thuis bestel ik meteen een topo. 😉

Chulilla: van vergeten vallei naar hotspot

Het moet een vreemde gewaarwording zijn geweest in het anders zo rustige Chulilla; stoere, langharige mannen in multicolour spandex die de moeilijkste rotsen trotseren.

Uit de mode

Chulilla ligt verscholen in de Valenciaanse bergen en wordt zo’n 22 jaar geleden ontdekt door een groepje fanatieke klimmers, waaronder Pedro Pons. De jongeren uit het dorp raken snel besmet met het klimvirus en zo ontstaat in de jaren ’90 een fanatieke klimmers scene. Begin 2000 raakt Chulilla weer even uit de mode. Tot Pons in 2006 in Las paredes del pantano de mogelijkheid ziet voor het openen van nieuwe, nóg langere routes.

Hoog gegrepen

Chulilla is een bestemming waar je niet 1 2 3 aan denkt bij het plannen van een klimtrip. Een vriendelijk koppel uit Valencia prijst in 2015 hun thuisgebied enthousiast aan. “Het is een prachtige, groene vallei met technische routes vanaf 35 meter. Perfect als je 7b of hoger klimt.” Oh, dat is wel érg hoog gegrepen. “Maar je kunt er ook prachtig wandelen over hangbruggen in Los Calderones en stappen in Valencia.” Nou goed dan, ik ben om! We checken begin mei in bij La Muela en sjouwen onze klimtassen, (mijn) grote kledingtassen en je-kunt-maar-wat-in-huis-hebben boodschappen de derde etage op. Het uitzicht: klimwanden zover het oog reikt!

La Muela Chulilla
Room with a view in Chulilla
Chulilla = hotspot

Onze eerste klimdag kiezen we voor sector Pared blanca op enkele minuten rijden van Chulilla. Het is rustig op de parkeerplaats. Heel rustig. Waar zijn alle klimmertjes gebleven? In Catalonië kon je over de koppen lopen.  Dan valt het muntje: Chulilla is heet nu. Heet! Ik ben in mijn enthousiasme vergeten dat het een typische winterbestemming is. Een ware hotspot. De routes liggen te bakken in de zon, behalve de sector die Pedro Pons bij het openen van routes als kers op de taart bewaarde. Fjoe. In sector Monte de venus speuren we de wand af op zoek naar een ‘gemakkelijke’ route: Periclónica (7a). We wagen het erop.

Sector Monte de Venus, Chulilla
Richard in Periclónica (7a)
Periclónica

In tegenstelling tot de stijl van Margalef – spierballenwerk op voornamelijk gaatjes – kan nu het technische voetenwerk onder het stof vandaan. De eerste meters van de route: keihard boulderwerk op kleine randjes en zijgrepen. De crux van Periclónica bevindt zich bij het derde setje. Staan op niets, hand ‘vastgeplakt’ op nog minder, een voorzichtige pas opzij en dan Poef! naar een aflopende greep. Richard gelooft het wel en hangt het derde setje in met de clipstick om daarna veilig verder te klimmen. De rest van de route is onbeschrijflijk mooi. Elke passage een nieuwe verrassing: subtiele randjes, kruispassen, dynamiek, aflopende grepen, balanspassen en een onverwachte finale met atletisch tufaklimmen! Richard klimt Periclónica, nadat hij de crux heeft doorgrond, vlotjes uit.

Monte de Venus, Chulilla
Focus
Een beetje dom

Mijn lengte zorgt voor een kleine extra handicap. Na zo’n tien keer proberen, zuchten en poffen lukt het me om de crux te klimmen. De rest van de route is gemakkelijk, dus ik klim zelfverzekerd door. Tot zo’n 5 meter  voor de ketting: kleine scherpe randjes en kleine aflopende voetreden. Oeps, waar zat die volgende greep ook alweer? Ik houd zo lang mogelijk vast, maar de verzuring slaat genadeloos toe. “Dom hé, hier eruit vallen?” Richard kan het alleen maar beamen… Les geleerd: onderschat nooit een route en bekijk bij het uitwerken óók de gemakkelijke passages… De volgende dag klim ik Periclónica uit evenals de naastgelegen route Brazo corto, bolsillo largo (7a).

Periclónica (7a), sector Monte de Venus Chulilla
Uitwerken = resultaat
Bungelende ham

Moe en tevreden genieten we van een wijntje op ons dakterras. In mijn mailbox wacht een uitnodiging van Enrique, eigenaar van La Muela, voor La Enramá. Dit dorpsfeest vindt jaarlijks de eerste zaterdag van mei plaats en draait om tradities. Jongens en meisjes rijden in klederdracht door de nauwe straten van Chulilla. De jongens hangen ‘s avonds – als teken van liefde – een tak aan het balkon van hun dames. Het meest spectaculaire onderdeel: El Pollo. Deelnemers vormen menselijke torens om als eerste een 6 meter hoog bungelende ham aan te raken. Zonder valmatten, het blijft Spanje. Een oudere meneer vertelt ons glunderend dat zijn kleindochter meedoet. En wanneer het feest klaar is: “Finito”.

Mijn top 5 routes in Chulilla
  1. Brazo corto, bolsillo largo (7a), Monte de Venus
  2. Periclónica (7a), Monte de Venus
  3. Pasajeros del silencio (6c+), Oasis
  4. Magnetoresistencia gigante (6b+), Oasis
  5. Los animáculos de la placa (7b = Richard’s project), Oasis