Qué pasa neng (7a)

Catalonië: a muerte in Margalef

Een maand in Kalymnos is voorbij. Gevlogen. Een korte pitstop in Nederland, een bergje was en een flitsbezoek aan familie later vertrekken we naar onze volgende bestemming: Catalonië!

Mi casa, su casa

Onze uitvalsbasis Ulldemolins is strategisch gekozen door Richard himself. Een op-en-top Catalaans dorpje centraal gelegen tussen de belangrijkste klimgebieden Siurana en Margalef. Ik heb me ontfermd over het ‘comfort niveau’ van onze casa: drie slaapkamers, twee badkamers, twee dakterrassen, een patio en… Netflix! (:) We worden hartelijk ontvangen door Jordi, die een aardig mengelmoesje Catalaans en Frans spreekt. Hij drukt ons een grote mand met lokale lekkernijen in de armen en sluit lachend af: “Geniet van júllie huis de komende maand!”

Kerk in Ulldemolins
Uitzicht vanaf de casa
Zoekt en gij zult vinden

Na Kalymnos, waar de klimsectoren op loop- en scooterafstand liggen, is het even wennen aan de dagelijkse autorit. Mijn wagenziekte helpt niet mee. Het enige dat werkt: zelf rijden. En Kia of geen Kia, die bochten zijn van mij! Onze keuze valt op sector Racó de les Espadelles in Margalef, met routes vanaf 6b. Prima start. Onze houvast is de eenvoudige Guia d’escalades a Margalef waarin de parkeerplaats en pad naar de sector zijn beschreven. Na de laatste haarspeldbocht zetten we de auto aan de kant en lopen een duidelijk pad naar boven. Heel duidelijk. Na een half uur nog geen rots te zien. “Maakt niet uit hoor“, roep ik positief. Na nog een half uur in de bakkende zon zien we meerdere auto’s precies de andere kant op rijden. Richard biedt aan terug te lopen en de auto te halen. Echte liefde. De parkeerplaats blijkt 5 minuten hoger te liggen met een wandeling van 2 minuten naar de routes…

Racó de les espadelles

Klimmen in Margalef is a whole new ballgame. Kenmerkend is het type rots: conglomeraat, kalksteen met allerlei soorten en maten kiezels. Je klimt op de gaten waar vroeger de kiezels zaten. We gooien ons touw neer voor Punto de gravedad cero (6b+). “Ziet er te doen uit”. Naast ons zijn twee Britse klimmers druk in de weer met een clip stick.  Ze hangen voor de veiligheid hun eerste twee setjes vanaf de grond in. Nadat Richard de eerste pas in zijn route maakt begrijpen wij waarom. De piepkleine gaatjes zijn glad en vrijwel onmogelijk vast te houden. En dat nog voordat Richard het eerste setje in kan hangen. Met enig kunst- en vliegwerk (ik duw Richard met mijn volle macht in de wand) hangt het eerste setje. Later komen we erachter dat de eerste grote greep in de route is uitgebroken. De rest van de route is easy peasy.

Schot in de roos

Zo’n begin van een klimdag geeft weinig vertrouwen om moeilijke routes te proberen. De twee vriendelijke Britten overtuigen ons om toch een poging te wagen in Qué pasa neng (7a). “Good holds all the way.” Nou goed dan. Qué pasa neng blijkt een schot in de roos. Een flink overhangende wand vol met verstopte gaten en randjes. De start is krachtig: voetjes van de grond, een verre kruispas en trekken naar de eerste goede greep. Daarna een licht overhangende sectie met gaatjes en zijgrepen. De uitklim gaat subtiel over scherpe randjes waarbij degelijk voetenwerk is vereist. Richard klimt de route in de tweede poging. Ik heb veel moeite met de finale en zet de lengtekaart in: “Te verre pas voor mij!” Met enige creativiteit vind ik een intermediaire greep, nou ja, greepje, en klim de route met één blok uit. Niet gek voor een eerste dag.

Racó de les Espadelles
Fly me to the moon
Nieuwe inzichten

Dag twee staat de wekker extra vroeg en hebben we een missie: een clip stick kopen! Ja, ook na 15 jaar klimmen kun je tot nieuwe inzichten komen. Onderweg naar Racó de les Espadelles rijd ik bijna een Catalaan met baguette van zijn fiets – hij scheurt met 50 km per uur de bocht om – duidelijk verbaasd over de vroege aanwezigheid van klimvolk. Daarna werk ik alle passen van Qué pasa neng nogmaals goed uit. Leek eerst de finale van de route een onmogelijke opgave, nu sneuvel ik halverwege al. Irritant. Ik zoek mijn toevlucht tot een beproefd recept: siësta inclusief chocolade croissant. Een paar uur later klim ik de route!

Racó de les Espadelles
De clip stick
Franja de ponent

Richard begint zich zo langzamerhand zorgen te maken over ons ‘niveauverschil’. Daar zat tot een aantal jaren geleden iets meer marge. (;) Hij stapt dapper in de naastgelegen Franja de ponent (7a). De clip stick reikt tot en met de derde haak, wat het een stuk veiliger maakt. Na wederom een boulderachtige start volgen in deze route echter geen grote grepen, maar kleine afgeklommen gaatjes.  Dat is even slikken. Met het zelfvertrouwen nog vers in mijn armen doe ik ook een poging. Kansloos. De eerste pas blijft na zo’n 8 keer proberen onhaalbaar. Ik geef het op. Met een vette lach op zijn gezicht klimt Richard Franja de ponent daarna uit. Met als beloning één van de mooiste uitzichten die we ooit hebben gehad.

Mijn top 5 routes in Margalef
  1. Qué pasa neng (7a) Racó de les espadelles
  2. Route 47 (7a+), Racó de les espadelles
  3. Tot es igual (6a+), Bloc del Pork
  4. Chachi qui chapi (7a), Can Torxa
  5. Uy uy uy quina por (6b), Can Regino

 

 

Facebooktwittergoogle_pluspinterestmailFacebooktwittergoogle_pluspinterestmail

4 gedachten over “Catalonië: a muerte in Margalef”

  1. De clipstick met de clipstickman! 🙂

    Wederom een mooi geschreven verslag, en ik denk dat de maten gaten zijn maar wie daar op let is een kniesoor 😉

    De reisverslagen lezen is een perfecte stimulans om goed te trainen en binnenkort zelf af te komen! nog een week of zes!
    tot binnenkort!

  2. Als het zo door blijft gaan dan kan je Ivo of 6 weekjes ook nog iets leren hoe je nou een 7b buiten moet klimmen 🙂
    Mare, vind het extreem goed van jouw dat je op zo een hoog nivo buiten klimt.

    Nog veel plezier in jullie Spaanse penthouse in een rally gebied 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.